jump to navigation

Demonstratierecht in de knel oktober 19, 2001

Posted by Maurice Swirc in Juridisch.
trackback

Is de aanpak van demonstraties in Nederlandse gemeenten in strijd met onze Grondwet en mensenrechtenverdragen? In ieder geval niet in Den Haag, meent de hofstedelijke politie. Maar strenge regels zijn bij demonstraties nu eenmaal noodzakelijk. ‘Ik kleed ze uit tot op het bot als het gaat om hun eigen verantwoordelijkheid.’ 

David van Baarle, ploegchef Operationele Zaken bij de Politie Haaglanden, kiest zijn woorden zorgvuldig. ‘Natuurlijk is het lastig als je dingen moet faciliteren waar je het niet mee eens bent. En dat moet je dan ook nog rijmen met de gedachte dat iedereen moet kunnen demonstreren.’De wijze waarop dat recht in Nederland is geregeld, levert al jaren veel kritiek op van juristen. Uit de Grondwet volgt dat een demonstratie niet mag worden verboden vanwege de inhoud of de identiteit van de deelnemers. Maar dat gebeurt in de praktijk wel degelijk, constateert Jon Schilder, hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden. Hij promoveerde al in 1989 op dit onderwerp en stelt dat het betogingsrecht bekneld raakt tussen een gebrekkige wetgeving en de gemeentelijke praktijk.Ward Ferdinandusse, onderzoeker aan de rechtenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam, betoogde onlangs in het Nederlands Juristenblad dat het recht op demonstratie in Nederland zo gebrekkig is geregeld dat het in strijd is met de Grondwet en mensenrechtenverdragen. Met Schilder is hij van mening dat het in de praktijk wel degelijk uitmaakt of je als groep demonstranten goed of slecht ligt bij de politie.

In de Grondwet staat dat het recht op betoging – hieronder valt het recht op demonstratie – slechts mag worden beperkt op basis van drie gronden: ter bescherming van de gezondheid, in belang van het verkeer en ter voorkoming van wanordelijkheden. Deze beperkingen moeten per wet worden geregeld. In de Wet Openbare Manifestaties (WOM) is de regulering van het recht op betoging verder uitgewerkt. Aan de drie gronden voor beperking van het recht op betoging in de Grondwet voegt de WOM twee nieuwe gronden toe: de demonstratie moet tijdig zijn aangemeld bij de gemeente, die bovendien over de vereiste gegevens moet kunnen beschikken.In tegenstelling tot Ferdinandusse denkt Schilder dat de WOM als zodanig niet direct in strijd is met de Grondwet en mensenrechtenverdragen. Maar de uitvoering van de WOM door veel gemeenten is dat volgens hem wél. Gemeenten en het Openbaar Ministerie houden zaken met betrekking tot dit onderwerp bewust weg bij de rechter, aldus Schilder.De Amsterdamse advocaat Michiel Pestman, gespecialiseerd in het betogingsrecht, is het met die stelling eens. ‘De overheid zoekt de grenzen van het recht op. Zolang ze niet op de vingers wordt getikt, blijft ze dat doen.’ Pestman noemt een voorbeeld uit zijn eigen praktijk. Demonstranten wilden een betoging aanmelden, maar de gemeente weigerde de kennisgeving in ontvangst te nemen. De Haagse politie wees er – namens de burgemeester – op dat de kennisgeving pas twee dagen voor de demonstratie werd gedaan, terwijl de Haagse Algemene Plaatselijke Verordening (APV) een termijn van vier dagen stelt. Verder bepaalt de APV dat een kennisgeving pas is gedaan als een bewijs van ontvangst is uitgereikt. ‘Zo heeft de gemeente Den Haag het aanmeldingssysteem feitelijk omgebouwd tot een verkapt vergunningsstelsel’ aldus Pestman.

Stelt de Haagse politie inderdaad meer eisen aan demonstraties dan de wet vereist? Van Baarle: ‘We gaan verder, omdat we vaak geconfronteerd worden met kennisgevingen die kant noch wal raken. Wij gaan in overleg nadat mensen kennis hebben gegeven, zodat we komen tot een demonstratie die wél wordt gedragen door het bestuur. Wij zijn de makelaar tussen de organisaties en de burgemeester. En we gaan verder, omdat daardoor minder kans bestaat op beperkende maatregelen. Mijn stelling is dan ook dat we het grondrecht niet beperken, maar uitbreiden.’Ook waar het gaat om de inhoud van de teksten op spandoeken gelden in Den Haag strenge regels. ‘Wanneer er sprake is van een koninklijke verloving zullen we iemand die wil demonstreren er eerst van proberen te overtuigen dat het wel erg vervelend is om tijdens een verloving negatieve geluiden te laten horen. Maar daar heeft iedereen recht op. Dat moet dus kunnen.’Van Baarle legt aan de hand van een voorbeeld uit wat de precieze procedure is: ‘Stel dat iemand met spandoeken wil staan langs de route waarlangs het verloofd koninklijk paar rijdt. Allereerst halen we de stokken uit de spandoeken, omdat die niet mogen worden gebruikt. Wanneer demonstranten in verband met de situatie in Argentinië met een spandoek komen met de tekst “Maxima ga weg”, is dat wat ons betreft prima. Maar dan geven we wel aan op welke locaties ze mogen staan. Meestal spreken we vooraf met de burgermeester een aantal scenario’s door en bepalen we op welke locaties eventueel mag worden gedemonstreerd. In bijna alle gevallen komt het er uiteindelijk op neer dat de organisatie eieren voor zijn geld kiest en dat de demonstratie in een zodanige setting plaatsvindt dat het bevoegd gezag er mee kan leven.’‘Wanneer demonstranten akkoord zijn gegaan met de afspraken en de voorwaarden, maar ze toch op een andere plek gaan staan dan we hebben afgesproken, houden ze zich niet aan de voorwaarden. Wanneer ze wel toestemming hebben om ergens met een spandoek te staan, maar met een nogal vervelende tekst daarop, zijn we daar met veel politiemensen aanwezig. We noemen dat “inpakken in blauw”. Dat betekent dat we daar met veel zichtbare politie omheen staan. Verder beoordelen we of die spandoeken toelaatbaar zijn.’Maar wat gebeurt er wanneer er geen tijd is voor overleg? ‘We kunnen natuurlijk in het voorafgaand overleg vragen wat een organisatie op een spandoek gaat zetten.’ legt Van Baarle uit. ‘We zetten dan in de voorwaarden wat er op de spandoeken komt te staan om andere leuzen te voorkomen. Als ze zich daar niet aan houden is het eenvoudig: dan gaan ze met ons mee, omdat ze zich niet houden aan de voorwaarden.’Wat is de benadering van de Haagse politie van extreem rechtse groeperingen? ‘Ik heb nog niet met ze om de tafel hoeven zitten. Ik vind het afschuwelijke mensen en ik zou het hen uitermate lastig maken als we tot afspraken moeten komen. Ik kleed ze tot op het bot uit als het gaat om hun eigen verantwoordelijkheid.’Volgens Van Baarle zullen de regels voor demonstraties na de aanslagen in de Verenigde Staten strenger worden. De ploegchef erkent dat ze in Den Haag al streng zijn, maar dat van een verkapt vergunningsstelsel geen sprake is. ‘Puur formeel genomen is het doen van een kennisgeving voldoende. Maar je voelt natuurlijk op je klompen aan dat er eerder sprake zal zijn van beperkingen wanneer mensen alleen maar kennisgeven, dan wanneer ze met ons de mogelijkheden hebben verkend.’

Schilder vindt de uitspraken van Van Baarle ’schokkend’ en ‘absurd’. ‘Uit zijn woorden proef ik dat hij het bepaalde groepen, bijvoorbeeld extreem rechts, lastiger maakt om te demonstreren dan anderen. Als hij zegt dat hij demonstranten “tot op het bot wil uitkleden”, geeft dat de sfeer aan. Hij wil gewoon dat bepaalde betogingen niet plaatsvinden. Als privé-persoon mag hij dat vinden. Maar met een politiepet op mag hij dat niet zeggen.”Het feit dat de Haagse politie de inhoud van teksten op spandoeken beoordeelt, is volstrekt ontoelaatbaar en absurd. Hier is sprake van een vergaande beperking van grondrechten. De politie mag die teksten helemaal niet beoordelen. Dat is direct in strijd met de vrijheid van meningsuiting uit artikel zeven van de Grondwet. Hier is gewoon sprake van censuur. De politie mag een spandoek in beslag nemen, wanneer er sprake is van een strafbare uiting, maar ze mogen niet vooraf eisen stellen aan de tekst.’ De minister van Binnenlandse Zaken zei tijdens de behandeling van de WOM in de Tweede Kamer dat een betoging alleen vanwege de inhoud kan worden verboden als er een duidelijk objectieve vrees voor zeer ernstige wanordelijkheden bestaat bij de politie. Dat kan echter zelden alleen gebaseerd zijn op de inhoud. Er moeten ook aanvullende rapporten zijn waaruit duidelijk blijkt dat er iets gaat gebeuren. Verder moet er sprake zijn van een bestuurlijke overmachtsituatie.’Schilder begrijpt niet waarom Van Baarle het heeft over overleg om te komen tot ‘demonstraties die worden gedragen door het bestuur’. ‘Als dat overleg ook echt gaat over de inhoud van demonstraties, vind ik dat idioot. Het gaat er nou juist om dat je een mening kan uiten die níet wordt gedragen door het bestuur.’Volgens Schilder hebben meer gemeenten de neiging de openbare orde te gebruiken als smoesje om demonstraties te verbieden. Hij refereert aan burgemeester Som (PvdA) van Kerkrade, die in maart van dit jaar een demonstratie van extreem rechts verbood, maar werd teruggefloten door de rechter. Tijdens de rechtzitting verscheen de burgemeester met een anti-discriminatie-speldje op zijn borst. Uiteindelijk vond de demonstratie onder strikte voorwaarden plaats.Schilder: ‘Ik heb begrepen dat de burgemeester niet blij was met de uitspraak van de rechter en ook wees op de grote kosten van de politie-inzet bij de demonstratie. Mijn angst is dat burgemeesters te gemakkelijk betogingen van extreem rechts verbieden en daarvoor het argument van wanordelijkheden misbruiken.’Er is maar één burgemeester die het principieel juist heeft aangepakt en dat is Jan Franssen, toen hij burgemeester was van Zwolle. Op basis van principiële argumenten liet hij een provocerende betoging van extreem rechts doorgaan. Terecht gaf hij aan dat hij de inhoud van de betoging niet mocht beoordelen.’

Wat vindt Franssen (VVD) – tegenwoordig Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland – van de strenge regels in Den Haag? ‘Den Haag is een bijzondere stad door de aanwezigheid van instellingen als het Internationaal Strafhof en ambassades. Een aanmeldingstermijn van vier dagen vind ik dan ook een redelijke termijn voor Den Haag.’Het kostenargument van burgemeester Som verwerpt hij. ‘Ik ben er mordicus tegen dat dergelijke argumenten hier een rol spelen. Ook voor tal van voetbalevenementen zetten we veel politie in. Dat moeten we dat hier ook doen.’Burgemeester Som vindt dat de inhoud van een demonstratie wel degelijk een rol kan spelen bij het beoordelen van een demonstratie. ‘Ik verafschuw het gedachtegoed van extreem rechts. Verder hou ik ook rekening met de gevolgen van een demonstratie voor de gemeenschap van Kerkrade. De heren daar ver weg in Den Haag en Leiden hebben makkelijk praten, maar ik moet de orde en rust waarborgen voor vijftigduizend inwoners. Veel collega-burgemeesters zijn het overigens met me eens, maar durven dat niet hardop te zeggen.’Toch stelt Som dat hij zich zal houden aan de uitspraak van de rechter. ‘Maar als ik merk dat er in Kerkrade jongeren juichend de straat opgaan naar aanleiding van de aanslagen in de VS, treed ik direct hard op en verbied ik dat. Ik weet zeker dat ik dan wel weer op mijn lazer krijg. Maar dat zie ik dan wel weer.’Schilder heeft meer begrip voor het standpunt van burgemeester Som dan voor de benadering van de Haagse politie. ‘Som is in ieder geval wel eerlijk. Wat hij doet mag niet, maar hij zegt het in ieder geval hardop. Ik heb ook wel begrip voor zijn standpunt. Dat neemt niet weg dat er iets zal moeten gebeuren. Uiteindelijk moet ook hij zich aan de wet houden.’De situatie in Den Haag beoordeelt Schilder als een stuk ernstiger. ‘Daar is sprake van vergaande beperkingen van het van het recht op betoging. Maar daar gebeurt het ook nog eens grotendeels achter de schermen en stiekem. Dat is écht een probleem. Daar moet worden ingegrepen. Zowel in Den Haag als in Kerkrade ligt in de eerste plaats een taak voor de lokale politiek. De burgemeesters zullen verantwoording moeten afleggen. Maar eerlijk gezegd verwacht ik daar niet al te veel van. Het is evenwel goed denkbaar dat de minister van Binnenlandse Zaken de betrokken partijen uit Den Haag en Kerkrade op korte termijn bij zich roept voor bestuurlijk overleg.’Naar aanleiding van de aanslagen in de VS evalueert de Nederlandse regering onder meer de invulling van bepaalde grondrechten. Dat het recht op privacy zal worden beperkt, is waarschijnlijk. In het kader van deze evaluatie is er veel voor te zeggen om extra aandacht te besteden aan de bescherming van het belangrijke recht op betoging.
 

Zie voor de reactie van korpschef Wiarda van politie Haaglanden op dit artikel: http://swirc.wordpress.com/2001/10/19/er-is-geen-probleem/


Verschenen in Binnenlands Bestuur op 19 oktober 2001

Reacties»

1. ‘Er is geen probleem’ « Maurice Swirc - juni 24, 2007

[...] Demonstratierecht in de knel [...]