Plakverbod november 15, 2002
Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Grondrechten, Milieu & ruimtelijke ordening.trackback
In november 1998 treft de Friese gemeente Franekeradeel aanplakbiljetten aan op drie verkeersregelkastjes en op het Rooms Katholieke kerkgebouw. De posters maken reclame voor twee dansevenementen, een filmfestival en het lokale radiostation Rebecca. De gemeente wijst op het lokale plakverbod.
Project 2 Buitenreclame – het bedrijf dat de affiches plakte – moet de posters binnen vijf dagen verwijderen, anders past de gemeente bestuursdwang toe, wat inhoudt dat de gemeente de posters zelf verwijdert, maar op kosten van het bedrijf. Het reclamebedrijf beroept zich op de vrijheid van meningsuiting. De Raad van State geeft het bedrijf op 5 juni 2002 ongelijk. Er zijn namelijk genoeg mogelijkheden in Franekeradeel om je mening te uiten, zo stellen de staatsraden.
De APV van Franekeradeel verbiedt het aanbrengen van letters, cijfers, tekens, afbeeldingen of spandoeken op onder meer bomen, muren en schuttingen. Het reclamebedrijf stelt dat de betreffende bepaling uit de APV in strijd is met de Grondwet en met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Volgens eerdere jurisprudentie is een gemeente verplicht voldoende plekken te creëeren waar je kunt plakken zonder dat voorafgaande toestemming nodig is van de overheid. Aan die eis voldoet de gemeente niet, omdat nergens in Franekeradeel plakzuilen staan. Daarom moet de Raad van State deze bepaling onverbindend verklaren, vindt het reclamebedrijf.
De gemeente wijst op de mogelijkheid in Franekeradeel om op sandwichborden posters te plaatsen. Om elders te plakken is toestemming nodig van de eigenaar van het object waarop wordt geplakt. Het is dus niet de overheid van wie toestemming nodig is maar van derden, benadrukt de gemeente. In het onderhavige geval hadden noch de gemeente – de eigenaar van de verkeersregelkastjes, noch de kerk toestemming gegeven voor het plakken. De beslissing om uiteindelijk bestuursdwang toe te passen was daarom terecht. Bovendien ging het hier om handelsreclame en die valt niet onder de bescherming van de Grondwet. Volgens de gemeente is een op deze wijze geregelde beperking toegestaan volgens zowel de Grondwet als het EVRM.
De Raad van State wijst het reclamebedrijf er op dat de Grondwet bedoelt dat niemand voorafgaande toestemming nodig heeft van de overheid voor het uiten van een mening. De gemeente Franekeradeel handelt daar niet in strijd mee. De APV in Franekeradeel vereist immers de toestemming van de eigenaren van de betreffende objecten en dat is niet in strijd met de Grondwet. Dat in deze zaak de gemeente eigenaar is van de verkeersregelkastjes, maakt dat niet anders. De Raad van State wijst er vervolgens op dat het niet aannemelijk is dat de betreffende eigenaren zo vaak toestemming weigeren dat ‘geen gebruiksmogelijkheid van enige betekenis van het onderhavige middel van bekendmaking zouden overblijven’. De Raad van State concludeert dan ook dat de APV-bepaling niet in strijd is met de Grondwet. De gemeentelijke aanschrijving van het bedrijf was terecht.
J.G. Brouwer – hoofddocent publiekrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen – en A.E. Schilder – hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden – zijn zeer kritisch over de inhoud van deze gerechtelijke uitspraak in het blad Administratiefrechtelijke Beslissingen. Schilder licht de kritische woorden toe: Het past anno 2002 veel meer dat de rechter uitgaat van een overheid die actiever optreedt. Het is de gemeente die moet zorgen voor voldoende plekken waar je kunt plakken’, aldus Schilder.
Verschenen in Binnenlands Bestuur op 15 november 2002.
Reacties»
No comments yet — be the first.