jump to navigation

Toezegging ambtenaar januari 17, 2003

Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Overig.
trackback

‘Enerzijds moet je als burger natuurlijk kunnen afgaan op een toezegging van een ambtenaar aan het loket. Anderzijds hebben gemeenteraden al zo weinig te zeggen. Er blijft wel erg weinig voor ze over als een ambtenaar gewoon door plannen heen kan fietsen’, zegt Leo Damen, hoogleraar staats- en bestuursrecht in Groningen.

De Raad van State bevestigt in december 2002 dat burgers niet mogen afgaan op toezeggingen van ambtenaren. ‘Deze uitspraak past volledig in de jurisprudentie van de Raad van State, die zeer streng is op dit punt. Wat mij betreft zou het wel wat minder streng mogen.’ In de betreffende zaak vraagt een echtpaar aan de Brabantse gemeente Son en Breugel of zij een bedrijfsruimte mogen omzetten in een woning. Om bedrijfseconomische redenen moeten zij in 1998 hun varkensbedrijf staken. Zij willen de stal van het bedrijf slopen om in plaats daarvan een woning met bedrijfsruimte neer te zetten voor hun zoon. Hij heeft een transportbedrijf. Het echtpaar wil in de oorspronkelijke bedrijfswoning blijven wonen. Het hoofd van de sector Grondgebiedzaken van de gemeente zegt hen toe dat rekening zal worden gehouden met deze plannen van het echtpaar bij het invullen van het nieuwe bestemmingsplan. Het echtpaar stelt dat de ambtenaar hen adviseerde om te wachten tot de herziening van dit bestemmingsplan ‘op de rol’ zou komen.

Als het erop aankomt, blijken gemeente en provincie toch niet bereid om de plannen in te passen in het bestemmingsplan. Het echtpaar geeft aan dat de plannen wel pasten in het vorige bestemmingsplan. Doordat zij op aanraden van de ambtenaar gewacht hebben met het doen van een aanvraag, lopen zij nu de bouwvergunning mis. Verder wijzen zij erop dat de gemeente in het verleden een nabijgelegen bedrijf toestond bedrijfsruimte om te zetten in woonruimte. De gemeente stelt simpelweg dat het toestaan van een nieuwe burgerwoning zorgt voor precedentwerking en afbreuk doet aan het bedrijfsmatige karakter van het bedrijventerrein. Om die reden kan het verzoek van het echtpaar niet worden gehonoreerd. De provincie is het eens met deze argumentatie.

De Raad van State oordeelt op 11 december 2002 dat de situatie in het nabijgelegen bedrijf niet genoeg overeenkomt met de huidige zaak om daar rechten aan te ontlenen. De stelling van het echtpaar over de toezegging van de ambtenaar verwerpt de Raad van State ook. ‘In het algemeen kunnen immers geen rechten worden ontleend aan toezeggingen die zijn gedaan door niet terzake beslissingsbevoegden.’ De Raad van State wijst erop dat gemeenteraden beslissen over bestemmingsplannen. Daarom is het volgens het rechtscollege niet nodig om in te gaan op de vraag of de toezegging wel of niet is gedaan. De provincie heeft terecht de plannen van de gemeente goedgekeurd. ‘Ik raad iedereen aan om na een dergelijk gesprek met een ambtenaar een zogenaamde “goed begrepen-brief” te sturen. Daarin bevestig je wat je is toegezegd’, zegt Damen. ‘Dat zullen mensen echter meestal niet doen, omdat ze niet het risico lopen dat ze nul op rekest krijgen. Liever houden ze de mogelijkheid open om zich te beroepen op de toezegging.’ Damen geeft aan dat uit de jurisprudentie van de Raad van State ook volgt dat een burger lang niet altijd af mag gaan op toezeggingen van burgemeesters en wethouders. ‘Maar overleg voeren met ambtenaren raad ik mensen eigenlijk altijd af. Dat heeft écht geen zin.’

Verschenen als juridische column in Binnenlands Bestuur op 17 januari 2003.

Reacties»

No comments yet — be the first.