jump to navigation

Asielzoekerscentrum januari 31, 2003

Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Milieu & ruimtelijke ordening.
trackback

Er is nogal eens een flink verschil tussen de fysieke werkelijkheid en de juridische werkelijkheid. Zo stelt de rechter in Leeuwarden in december 2002 dat de aanwezigheid van een asielzoekerscentrum evenveel invloed heeft op de waarde van nabijgelegen huizen als de aanwezigheid van een politieschool.


De rechtbank formuleert het als volgt: de invloed verschilt niet in ‘fysiek-ruimtelijke’ zin. Bewoners van een buurt in Harlingen denken er anders over en eisen zogenaamde planschadevergoeding van de gemeente vanwege de waardedaling van hun huizen.

In 1998 geeft de gemeente Harlingen een bouwvergunning voor het verbouwen van een voormalige politieschool tot een asielzoekerscentrum en wijzigt daarvoor het bestemmingsplan. Volgens de gemeente zorgt het feit dat er nu asielzoekers wonen in plaats van studenten niet voor een nadeliger situatie. Daarom wijst de gemeente – in navolging van het advies van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken – het schadeverzoek van de buurtbewoners af. Ook het bezwaar tegen dit besluit van de buurtbewoners, verklaart de gemeente ongegrond. In beroep bij de rechtbank wijzen de buurtbewoners erop dat de asielzoekers – die niet mogen werken – vaak op straat rondhangen en dan voor overlast zorgen. Zo maken zij zich schuldig aan vernielingen en rumoer. Daarnaast bejegenen zij buurtbewoners op een vervelende wijze. Bovendien woonden er vroeger minder studenten op de voormalige politieschool, die tijdens vakanties en in de weekends afwezig waren. De asielzoekers zijn er echter doorlopend. Ten slotte stellen de buurtbewoners dat de burgemeester hen adviseerde om het verzet tegen de komst van het asielzoekerscentrum te staken en een planschadeverzoek in te dienen.

De rechtbank vindt dat de gemeente terecht het planschadeverzoek afwijst. Het niet naleven van de wet door asielzoekers – als daar al sprake van is – is geen grond voor het toekennen van planschadevergoeding. Die schade volgt namelijk uit onrechtmatig gedrag van die asielzoekers en niet uit de wijziging van het planologisch regime. Ook voor het overige heeft het asielzoekerscentrum geen nadelige invloed op de woonomgeving. Als potentiële kopers vooringenomen zijn tegenover asielzoekerscentra, mag dat geen rol spelen bij de vaststelling of er sprake is van een nadeliger situatie. Planschadevergoeding is daarom niet op zijn plaats, oordeelt de rechtbank. Ook aan eventuele toezeggingen van de burgemeester kunnen de buurtbewoners geen rechten ontlenen. In de eerste plaats zijn uitlatingen van een burgemeester op zich niet voldoende om de gemeenteraad – die op dit terrein beslissingsbevoegd is – te binden. Verder geeft de gestelde mededeling van de burgemeester volgens de rechtbank niets meer aan dan dat de huiseigenaren een verzoek tot schadevergoeding kúnnen indienen.

Sander Wolf – makelaar in Friesland – denkt dat de vestiging van een asielzoekerscentrum wel degelijk direct invloed heeft op de waarde van een huis. ‘Misschien durft niemand dat hardop te zeggen, maar het is natuurlijk wel zo. Mensen kijken heel erg naar een buurt en de daar aanwezige instellingen als ze een huis kopen. Ook bijvoorbeeld een studentenhuis met allemaal fietsen in de tuin heeft invloed op de waarde van het huis van de buren. Dat kan iedere makelaar u vertellen.’ ‘De juridische werkelijkheid is hier doorslaggevend’, zegt Evert Visser, jurist bij de gemeente Harlingen. ‘Het gaat er in deze zaak om dat eventuele schade niet in aanmerking komt voor planschadevergoeding. Als mensen schade willen verhalen, moeten zij dat doen bij de personen die deze overlast veroorzaken. Dat heeft de rechter helder uiteengezet.’ Indien de gemeente wél een planschadevergoeding had moeten betalen, was die ten laste gekomen van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, vertelt Visser. ‘Dat hebben we zo met hen afgesproken.’ De buurtbewoners gaan niet in hoger beroep bij de Raad van State.

Verschenen als juridische column in Binnenlands Bestuur op 31 januari 2003.

Reacties»

No comments yet — be the first.