Openheid over ME-veldslag februari 21, 2003
Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Integriteit, Overig.trackback
Burgemeester Jongmans (CDA) van de Limburgse gemeente Weerselo (nu de gemeente Dinkelland) stuurt in 1997 72 ME’ers en een bulldozer naar het terrein van boer Nijhuis voor de sloop van een illegaal muurtje. De burgemeester verklaart later dat de inzet van de ME is ingegeven door het feit dat hijzelf, enkele wethouders, ambtenaren en aannemers waren bedreigd door Nijhuis.
Jongmans doet aangifte van de bedreiging, maar het OM seponeert de zaak. Nijhuis ontkent de bedreigingen en om die stelling te onderbouwen eist hij met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) openbaarmaking van enkele processen-verbaal van de ondervraging van enkele wethouders en ambtenaren. Op 15 januari 2003 oordeelt de Raad van State dat er geen reden is voor geheimhouding van de processen-verbaal.
‘De burgemeester en ik gingen de avond voorafgaand aan de bestuursdwang-toepassing langs bij Nijhuis’ vertelt Harry Luiten, inmiddels gepensioneerd hoofdinspecteur van de politie van Weerselo en omgeving. ‘Nijhuis kan ontkennen wat hij wil, maar ik verzeker u dat hij ons bedreigde. Er zou ons iets te wachten staan als we de zaak zouden doorzetten, werd ons gezegd. Tachtig tot negentig man zouden er langskomen en een stokje te steken voor de afbraak van de muur. Daarom hebben we toen extra politie ingezet.’
Luiten zegt dat hij nu tegenover Binnenlands Bestuur voor het eerst echt opening van zaken geeft. Hij doet dat nadat de Raad van State de stelling van de Almelose hoofdofficier van Justitie en de minister van Justitie heeft verworpen dat de privacy van ambtenaren en overheidsdienaren die in de processen-verbaal opduiken, moet worden beschermd. De Staatsraden kregen inzage in de processen-verbaal en concluderen dat er een publiek belang is gediend bij openbaarmaking. De verklaringen betreffen bovendien ’slechts de situatie rondom de feitelijke uitvoering van bestuursdwang’. Er is geen gevaar voor de privacy van betrokkenen. De minister moet nu opnieuw beslissen over het Wob-verzoek van Nijhuis.
Adviseur Paul Baakman van Nijhuis denkt dat de minister niet anders kan dan de processen-verbaal vrijgeven. ‘Het OM heeft Jongmans één keer de hand boven het hoofd gehouden. Ik denk niet dat ze dat een tweede keer gaan doen.’ Baakman denkt dat uit de processen-verbaal zal blijken dat geen van de betrokkenen – onder wie één van de nog zittende wethouders – kennis had van de door Jongmans gestelde bedreigingen. ‘Weet u wat er werkelijk aan de hand was? De burgemeester wilde met dit machtsvertoon zichzelf profileren als de sterke man. Daarvoor maakte hij misbruik van zijn machtspositie.’ Volgens Baakman was de actie ook ingegeven door het feit dat Nijhuis actief is bij de recalcitrante lokale partij Gemeentebelangen, die nog steeds in de raad zit. Baakman benadrukt dat voor zijn cliënt het publieke belang vooropstaat: openheid over de ware toedracht van de ME-inzet. Eerherstel voor de boer is een bijkomend belang. We zullen de gemeente wel vragen om de naam van Nijhuis te zuiveren middels een persbericht.’ Daarnaast ligt volgens Baakman een ‘financiële pleister op de wonde’ voor de hand, aan te brengen door de gemeente.
Jongmans – inmiddels burgemeester van het Noord-Hollandse Waterland – betreurt het dat de Raad van State afwijkt van de eerdere lijn van het OM. ‘Ik zie zeker geen reden voor een financiële genoegdoening voor meneer Nijhuis.’ Voormalig hoofdinspecteur Luiten is het daarmee eens. ‘Ik adviseerde de burgemeester destijds – samen met de officier van justitie – om extra politie in te zetten. Daar sta ik nog steeds achter. Nu wil ik volledige openheid van zaken geven. De goede naam van de heer Jongmans is in het geding.’
Verschenen als juridische column in Binnenlands Bestuur op 21 februari 2003.
Reacties»
No comments yet — be the first.