Vliegveldje juni 13, 2003
Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Grondrechten, Milieu & ruimtelijke ordening.trackback
‘Wat ik aantrof tijdens de eerste bijeenkomst was ongelofelijk: een absolute oorlog’, vertelt Roel Augusteijn CDA-gedeputeerde in Noord-Brabant. Sinds 2001 zit hij het overleg voor tussen vertegenwoordigers van het Brabantse vliegveldje Seppe, verschillende overheden, milieuclubs en omwonenden die klagen over (geluids)overlast.
‘Mensen sloegen woedend met de vuist op tafel. Allerlei stukken werden al staande verscheurd. Een volslagen gebrek aan communicatie.’ Op 28 mei doet de Raad van State uitspraak over de geluidszone van vliegveld Seppe en schept daarmee duidelijkheid over het maximaal aantal toegestane vliegbewegingen op de luchthaven.
Dorpsbewoners uit nabijgelegen dorpen klagen al sinds jaar en dag over geluids- en stankoverlast door het vliegveldje, waar kleine vliegtuigjes opstijgen en landen voor plezier- en zakenvluchten. In 2002 stappen de omwonenden naar de Raad van State vanwege de door de minister van Verkeer en Waterstaat vastgestelde geluidszone van het vliegveld. De geluidszone biedt ruimte aan 58.000 vliegtuigbewegingen per jaar. Daarmee is feitelijk sprake van een stijging van het aantal vluchten ten opzichte van het peiljaar 1992. Dat is in strijd met de toezegging van de minister in 1996 dat er een ’stand-still-beginsel’ gaat gelden. Verder maakt het besluit volgens een aantal omwonenden inbreuk op het recht op ongestoord woongenot zoals dat is vastgelegd in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM).
De luchthaven stelt dat wel degelijk alle betrokken belangen op een zorgvuldige wijze zijn afgewogen. De Raad van State is het daarmee eens en veegt alle bezwaren van de omwonenden van tafel. Daarbij wijzen de staatsraden erop dat de toezegging van de minister uit 1996 inhoudt dat het totaal aantal vliegtuigbewegingen in Nederland in de kleine luchtvaart gelijk zal blijven aan de omvang in 1992. Dit uitgangspunt sluit echter niet uit dat het aantal vliegtuigbewegingen op een bepaald vliegveld toeneemt, wanneer dit gepaard gaat met een vermindering van dezelfde omvang elders. Verder zijn de vliegtuigjes zelf ook wat stiller geworden. Wat betreft de inbreuk op het ongestoord woongenot, stelt de Raad van State dat er geen sprake is van een niet-gerechtvaardigde of disproportionele inbreuk op het recht op ongestoord woongenot.
‘Het vliegveld heeft gewonnen, maar nu moet Seppe zich ook houden aan de gestelde grenzen’, aldus Augusteijn. ‘Verder hoop ik dat iedereen nu de strijdbijl begraaft. Bij andere grotere luchthavens zoals Eindhoven Airport is dat ook gelukt. De problemen bij Seppe staan niet in verhouding tot de omvang van het vliegveld.’
Femke Halsema, GroenLinks-fractievoorzitter in de Tweede Kamer en haar fractiegenoot Wijnand Duyvendak maakten in maart bekend dat zij kleine luchthavens zoals Seppe – op een enkele uitzondering na – willen sluiten. Het aantal regionale vliegvelden willen zij drastisch beperken. Volgens beide kamerleden is het beter om de overlast te concentreren op Schiphol. ‘Privé-vliegen mag niet uitgroeien tot een hobby voor wie wil’ aldus Halsema. VVD-staatssecretaris Melanie Schultz van Haegen van Verkeer en Waterstaat meent dat GroenLinks met dit voorstel ‘terug wil naar het stenen tijdperk’. Zij komt medio 2004 met een regeling voor regionale en kleine luchthavens. ‘Uitgangspunt zal daarbij zijn dat we de omvang van kleine luchthavens willen overlaten aan de markt’ aldus een woordvoerder van de staatssecretaris. ‘In beginsel is vraag en aanbod bepalend.’
Verschenen als juridische column in Binnenlands Bestuur op 13 juni 2003.
Reacties»
No comments yet — be the first.