Gevaarlijke raamprostitutie oktober 10, 2003
Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Milieu & ruimtelijke ordening, Overig.trackback
De gemeente Deventer verbiedt de uitbreiding van de raamprostitutie in de Bokkingshang, de plaatselijke roodverlichte straat. R. van H. – exploitant van de meeste ramen – stelt dat hij alleen meer ruimte en luxe wil voor zijn dames. Daarvoor wil hij de ramen op de eerste verdieping in gebruik nemen. De gemeente probeert dat uit alle macht tegen te houden.
Met de opheffing van het bordeelverbod in 2000 zijn de problemen rondom prostitutie voor veel gemeenten niet opgelost. Het reguleren van de prostitutie blijft een lastige en ongemakkelijke aangelegenheid. De gemeente Deventer bevriest direct na de opheffing van het bordeelverbod het aantal bordelen. Van H. vraagt in augustus 2001 een vergunning aan voor het verbouwen en herinrichten van zijn ’seksinrichtingen’ aan de Bokkingshang. PvdA-burgemeester James van Lidth de Jeude stelt dat het bouwplan een uitbreiding van de aanwezige raamprostitutie betekent, wat in strijd zou zijn met het bestemmingsplan. Verder stelt de burgemeester – in navolging van de politie – dat de plaatselijke verkeersveiligheid in het geding is. Door de aanwezigheid van prostituees op de begane grond raken al veel automobilisten afgeleid, waardoor op de Bokkingshang meer botsingen zijn dan elders. Wanneer de dames ook plaatsnemen op de eerste verdieping, worden zij van ver zichtbaar op de nabijgelegen Wilhelminabrug, waar de maximumsnelheid hoger ligt. Van H. stelt voor om de aanwezige heg zo hoog te laten groeien dat deze het zicht ontneemt op de ramen van de eerste verdieping. Daar ziet de gemeente niets in, ook al omdat ze de heg eens in de zoveel tijd netjes wil snoeien.De Raad van State oordeelt op 17 september 2003 dat de uitbreiding helemaal niet in strijd is met het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan wijst alle verdiepingen aan voor prostitutie. Verder mag de gemeente niets zeggen over de wijze van exploitatie. De verkeersveiligheid is volgens de staatsraden wel in het geding door de uitbreiding. Ze geloven niet dat een heg een oplossing biedt. De burgemeester mag daarom verbieden dat er dames plaatsnemen op de eerste verdieping.
Van H. stelt dat hij nooit van plan was het aantal dames in het betreffende pand uit te breiden. ‘Kijk, er werkt een dag- en een nachtploeg. De meiden moeten elke keer hun eigen spullen weer meenemen naar huis. Als we ze ook boven laten zitten, hebben ze allemaal hun eigen kamer met tv en ijskast. Daar ging het om.’ Van H. vindt dat de gemeente het argument van de verkeersveiligheid misbruikt. ‘Je hebt hier voor de ramen inderdaad af en toe een kop-staartbotsinkje, maar daar gaat het de gemeente niet om. De gemeente wil me hier niet en werkt me daarom zoveel mogelijk tegen.’
Uiteindelijk zijn de gevolgen van deze uitspraak voor Van H. beperkt. In een parallelle procedure bij de Raad van State kreeg hij namelijk toestemming voor uitbreiding elders in de omgeving. Intussen was de Deventer politie de afgelopen tijd wel druk bezig met het oppakken van illegale Bulgaarse prostituees aan de Bokkingshang. Zowel de burgemeester, de gemeentelijke juristen als de plaatselijke politie zijn niet beschikbaar voor commentaar over de situatie aan de Bokkingshang. ‘Dat heeft te maken met de complexiteit van de materie’, aldus een gemeentelijk woordvoerder.
Verschenen als juridische column in Binnenlands Bestuur op 10 oktober 2003.
Reacties»
No comments yet — be the first.