Zandhagedis als wapen december 19, 2003
Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Milieu & ruimtelijke ordening.trackback
Onbekende bedreigde diertjes als de zeggedorfslak, knoflookpad en kamsalamander vormen al jaren het strijdwapen van natuurbeschermers tegen de voortschrijdende economie.
In Noordwijkerhout zet de Stichting Duinbehoud de zandhagedis in tegen de aanleg van een bungalowcomplex in de duinen. Op 28 november kiest de rechtbank in Haarlem de zijde van de natuurbeschermers. Eind jaren zeventig, in een tijd dat natuurbescherming een beperkte prioriteit heeft, geeft de gemeente Noordwijkerhout een bouwvergunning voor een motelbedrijf, midden in de duinen. In de loop der jaren hebben opeenvolgende projectontwikkelaars de grond in eigendom, maar geen van hen maakt gebruik van de bouwvergunning.
Eind jaren negentig komt projectontwikkelaar Regiobouw met een concreet bouwplan voor een motel en 120 bungalows. De stichting Duinbehoud treft in 2000 – na een hernieuwde inventarisatie van de aanwezige flora en fauna in het duingebied – onder meer de zandhagedis aan. Dat is een volgens Europese richtlijnen beschermde diersoort. De stichting meldt dit aan Regiobouw en aan het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV). Regiobouw vraagt daarop een ontheffing van deze regelgeving. Het ministerie weigert de ontheffing in november 2001 omdat het bouwproject het leefgebied van de hagedis zal vernietigen en geen ‘dwingende redenen van groot openbaar belang’ dient.
Intussen legt Regiobouw – gedwongen door de Raad van State – de bouw stil. De projectontwikkelaar vindt echter dat het bungalowcomplex wel degelijk een dwingend openbaar belang dient. Het bedrijf stapt naar de rechter en stelt dat zonder het project het voortbestaan van Regiobouw in gevaar komt. Daarnaast wijst de projectontwikkelaar op het economisch belang van het bungalowpark voor de regio, de hoognodige nieuwe werkgelegenheid en de algemene maatschappelijke behoefte om te recreëren. De rechtbank in Haarlem blijkt niet vatbaar voor de argumenten van Regiobouw. Het verbeteren van de bedrijfseconomische situatie van Regiobouw zelf dient geen openbaar belang. De 27 extra arbeidsplaatsen waar het om blijkt te gaan wegen te licht in de regio die een zeer lage werkeloosheid kent. Er is geen sprake van een dwingend openbaar belang, concludeert de rechtbank.
‘Blijkbaar is mijn belang – namelijk het overeind houden van de tachtig gezinnen van mijn werknemers – niets waard’ zegt Bauke de Jong, directeur van Regiobouw. ‘Duinbehoud wil ons project gewoon niet en heeft daarvoor die paar loslopende hagedissen misbruikt.’ Marc Janssen, directeur van Duinbehoud: ‘Natuurlijk gaat het ons om de bescherming van de duinen in algemene zin. Daar kan geen misverstand over bestaan. De zandhagedis hebben we gebruikt om ons juridisch gelijk te halen. Deze heldere gerechtelijke uitspraak kunnen we ook gebruiken in andere procedures.’
Is hier nu sprake van doorgeschoten regelgeving die noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen tegenhoudt? Dat kan je eventueel stellen wanneer een tussen natuurgebieden ingeklemde gemeente hoognodige woningbouw moet realiseren. Echter, er zijn vermoedelijk weinig Nederlanders die zullen beweren dat nóg een nieuw bungalowpark in de duinen hoogst noodzakelijk is. Regiobouw overweegt intussen een civielrechtelijke schadeclaim van zeven miljoen euro tegen een of meerdere van de betrokken overheden vanwege gewekte verwachtingen.
Tegelijkertijd gaat het bedrijf in hoger beroep bij de Raad van State tegen de uitspraak van de Haarlemse rechtbank. De uitkomst daarvan laat nog wel even op zich wachten. Intussen kunnen de werknemers van Regiobouw hun hoop beter ergens anders op vestigen. Bijvoorbeeld dat hun directeur de schade voor het bedrijf flink heeft overdreven.
Verschenen als juridische column in Binnenlands Bestuur op 19 december 2003.
Reacties»
No comments yet — be the first.