jump to navigation

Geheime stichtingsdocumenten januari 9, 2004

Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Integriteit, Overig.
trackback

Is het redelijk dat de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) buiten werking komt bij publiek-private samenwerking?


De gemeente Maastricht vindt van wel. Dagblad de Limburger heeft volgens de gemeente geen recht op inzage in notulen en verslagen van een vastgoedstichting die geld moest genereren voor de in financiële moeilijkheden verkerende voetbalclub MVV. De inmiddels opgeheven stichting hield zich onder meer bezig met investeringen in het stadion. De Raad van State geeft de gemeente op 26 november 2003 gelijk.

Journalist Bjørn Oostra van de Limburger vraagt in januari 2002 krachtens de WOB bij de gemeente om inzage van de notulen en verslagen van vastgoedstichting De Geusselt vanaf januari 2000. In het bestuur van de stichting zitten op dat moment de twee Maastrichtse wethouders Bovens en Leenders en vertegenwoordigers van drie vastgoedbedrijven. Verder is een van de twee directeuren van de stichting een gemeentelijk topambtenaar. De gemeente participeert voor 12,5 miljoen gulden in de stichting.

Het college van B en W antwoordt Oostra dat zij de documenten niet in haar bezit heeft en daarom niet kan verschaffen. De betreffende wethouders zitten op persoonlijke titel in de stichting en zijn derhalve niet als wethouder aanspreekbaar. Hetzelfde geldt voor de directeur van de stichting. Dat de gemeentelijke website meldt dat de wethouders uit hoofde van hun functie in de stichting zitten, is een vergissing. Wethouder Bovens op zijn beurt verklaart dat hij zijn afschriften van de betreffende stukken al heeft weggegooid. Ook niemand anders bij de gemeente kan Oostra de stukken verschaffen. Oostra maakt bezwaar de weigering van B en W. Daarop stelt het gemeentebestuur dat zij hoe dan ook niet WOB-plichtig zijn. Uit de statuten blijkt namelijk dat de stichting niet onder verantwoordelijkheid van B en W valt. Volgens Oostra echter, zijn daarvoor niet alleen de genoemde statuten maatgevend maar ook andere omstandigheden zoals de samenstelling van het stichtingsbestuur en het feit dat het hier gaat om gemeenschapsgeld.

De Raad van State acht de inhoud van de statuten van de stichting wel degelijk doorslaggevend. Nergens blijkt uit de statuten dat B en W aanwijzingen kon geven aan de stichting. Derhalve valt deze niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente, redeneren de staatsraden. De stichting zelf is ook geen bestuursorgaan. Volgens de Raad van State is daarom noch de gemeente noch de stichting zelf WOB-plichtig.

Gemeentelijk woordvoerder Wim Ortjens: ‘Als private partijen besluiten te investeren in een publiek-privaat project, kan het niet zo zijn dat alles wat zij zeggen in een vergadering naar buiten komt. Dat schrikt investeerders af.’ Oostra: ‘Met die stelling geeft de gemeente toe, dat zij bewust de openbaarheid van bestuur buitenspel zet. Daardoor is gedegen controle bij publiek-private amenwerking vrijwel onmogelijk.’ Ortjens weerspreekt dat en wijst erop dat B en W verantwoording moeten afleggen in de gemeenteraad.

Dat de in 2002 aangetreden CDA-burgemeester Gerd Leers deze naar achterkamertjes ruikende redenering niet helemaal bevredigend vindt, blijkt uit het feit dat hij onlangs de vastgoedbedrijven dringend verzocht de stukken alsnog openbaar te maken. Bedrijfsgevoelige informatie mogen ze verwijderen. Vlak voor de uitspraak van de Raad van State in november 2003 stemden de vastgoedbedrijven daarmee in. Wanneer de stukken openbaar worden is onbekend. Het geeft te denken dat de werking van de openbaarheid van bestuur bij publiek-private samenwerking afhankelijk is van de goedgevigheid van vastgoedbedrijven.

Verschenen als juridische column in Binnenlands bestuur op 9 januari 2004.

Reacties»

No comments yet — be the first.