Polderen faalt bij Amsterdamse UB februari 13, 2004
Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Milieu & ruimtelijke ordening, Monumentenzorg.trackback
In Nederland gaan bestuurders bij heikele onderwerpen om de tafel zitten met de betrokken partijen. Na een tijdje polderen komt er vaak een informeel compromis uit. Regelmatig beschouwen belangengroeperingen dat niet als het slotakkoord en proberen zij alsnog hun volledige gelijk te halen bij de rechter.
Daar kunnen bestuurders flink nijdig van worden. Zoals ook Sijbolt Noorda, voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Vorige week werden zijn bouwplannen voor een nieuwe hoofdstedelijke universiteitsbibliotheek voor de zoveelste keer gedwarsboomd, deze keer door de Raad van State.
In 2000 presenteert Noorda het plan om de zeventien verschillende universitaire bibliotheken samen te voegen in een nieuw te bouwen bibliotheek met een hoge toren op het monumentale Binnengasthuisterrein in het centrum. De Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad en diverse buurtverenigingen, laten een luid protest horen. Na overleg met de universiteit wordt het bouwplan aangepast. Het gebouw wordt kleiner en zal alleen de bibliotheken van de faculteit Geesteswetenschappen huisvesten. De protestgeluiden blijven aanhouden, omdat er nog steeds monumentale panden voor moeten wijken.
Daarop biedt PvdA-wethouder Duco Stadig van Ruimtelijke Ordening de universiteit elders een groot pand aan, waar de ABN-Amro uit vertrekt. In dat gebouw kan het oorspronkelijke plan voor samenvoeging van de zeventien bibliotheken alsnog worden gerealiseerd. De betrokken belangengroeperingen hebben daar wel oren naar. De gemeente zal enkele tientallen miljoenen euro’s bijdragen aan de verbouwing. Tot verbazing van de wethouder, verwerpt Noorda het plan resoluut. Het gebouw is volgens hem te ver weg, te klein en heeft een ongeschikte structuur. ‘We kunnen de universiteit niet dwingen’, zegt Stadig in het Parool.
In februari 2002 keurt de gemeenteraad de nieuwbouwplannen op het Binnengasthuisterrein alsnog goed. ‘Een bibliotheek in een bestaand gebouw vestigen, was Noorda niet sexy genoeg’, zegt Walther Schoonenberg van de Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad. ‘Dit is gewoon een prestigekwestie.’ De verschillende belangengroeperingen stellen bij de Raad van State dat de nieuwbouw het beschermde stadsgezicht aantast. De staatsraden oordelen dat dit alleen geldt voor een hoekdeel van het geplande gebouw. Dat tast het binnenplein te veel aan.
Op dit punt behoeft het betrokken bestemmingsplan van de gemeente aanpassing, beslist de Raad van State. ‘Het gaat om zo’n vijf procent van het gebouw’, reageert Noorda. ‘Daarvoor moet de hele bezwaarprocedure overnieuw. Dat zorgt op zijn minst voor negen maanden vertraging. Heel slecht dat ons ruimtelijk bestuursrecht dáártoe de ruimte biedt.’ ‘Negen maanden? Dat zou knap zijn. Ik denk dat het nog wel jaren gaat duren’, zegt Schoonenberg vergenoegd. ‘Dit zou wel eens de doodsklap voor Noorda’s plannen kunnen betekenen. De kans is erg klein dat het nog doorgaat. Daarvoor neemt het draagvlak binnen de armlastige universiteit voor dit dure plan te sterk af.’
Veel bestuurders zullen vinden dat belangengroeperingen misbruik van procesrecht maken, door op deze wijze een democratisch genomen besluit tegen te houden. Echter, uit verschillende wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat de Raad van State in de meeste rechtszaken de overheid gelijk geeft. Veel plannen lopen daardoor alleen vertraging op. Dat zou dus ook na een beperkte aanpassing van het bouwplan – kunnen gelden voor deze universiteitsbibliotheek in Amsterdam.
Verschenen als juridische column in Binnenlands Bestuur op 13 februari 2004.
Reacties»
No comments yet — be the first.