Vriendjespolitiek april 16, 2004
Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Integriteit, Milieu & ruimtelijke ordening.trackback
Overheden hebben onvoldoende juridische middelen om bedrijven die (milieu-)regelgeving overtreden tot de orde te roepen, stelt de Gelderse milieugedeputeerde Henk Aalderink.
Zo hebben bedrijven teveel mogelijkheden om bezwaar te maken tegen handhavingsbesluiten. Gedeputeerde Staten van Gelderland roepen staatssecretaris van Milieu Pieter van Geel daarom in een brief op om daar via wetgeving verandering in te brengen.
Aanleiding voor de brief is de jarendurende handhavingsprocedures rondom megavarkenshouderij de Knorhof. Tegen alle regels in worden hier al jaren veel meer varkens gehouden dan toegestaan is. Verder zorgt het bedrijf voor gigantische stankoverlast. De verantwoordelijke gemeente Buren slaagde er niet in om de varkenshouderij in het gareel te brengen. In mei vorig jaar beslist de Raad van State dat het toezicht op de Knorhof de verantwoordelijkheid is van de provincie.
Het bedrijf zet grote hoeveelheden bietenpulp en andere restproducten om naar een vleesproduct. De gemeente geldt als een te lage autoriteit om voor dergelijke ‘afvalbedrijven’ een milieuvergunning te verlenen. Consequente toepassing van deze regel betekent dat meer van de negenhonderd vergunningen voor varkensbedrijven onder de provincie vallen. Aalderink wil dat de staatssecretaris die verantwoordelijkheid weer terugbrengt bij de gemeente.
Hoe dan ook zorgde de provincie er sinds mei vorig jaar middels diverse handhavingsacties voor dat het aantal varkens bij de Knorhof flink is teruggebracht. De provincie dreigt met algehele sluiting als het bedrijf niet voor 15 juli van dit jaar voldoet aan alle regels.
De vraag is of - zoals het provinciebestuur stelt - langdurige wetsovertredingen zoals die van de Knorhof voortkomen uit tekortschietende handhavingsmogelijkheden. Inderdaad schiet de handhavingsregelgeving op een aantal punten tekort. Dat vormt echter slechts een deel van het probleem. Langdurige overtredingen komen geregeld voort uit vriendjespolitiek bij kleine plattelandsgemeenten. Bewust sluiten gemeentebestuurders en onder hen ressorterende ambtenaren de ogen voor overtredingen vanwege een ‘ons kent ons’-cultuur. In het geval van de Knorhof trad de gemeente pas de laatste jaren harder op tegen de overtredingen. In 1998 werd nog een vergunning voor een flinke uitbreiding van de varkenshouderij verleend, terwijl de klachten over het bedrijf toen al de pan uit rezen.
Of dat te maken heeft met vriendjespolitiek, is lastig te beoordelen. In verschillende andere zaken bij de Raad van State van de afgelopen jaren, leidt dat echter geen twijfel. Dat geldt bijvoorbeeld voor het eveneens Gelderse Maasdriel, die vorig jaar figureerde in deze rubriek. Daar geven wethouders toestemming aan bevriende agrariĆ«rs om bedrijven te vestigen op plekken waar dat absoluut niet mag. De Maasdrielse bestuurders bevoordelen overigens ook zichzelf door op verboden plekken voor eigen gebruik grote villa’s neer te zetten.
Doordat de provincie meer op afstand staat van lokale omstandigheden, is de kans op vriendjespolitiek bij controle van vergunningen niet verdwenen maar wel aanzienlijk kleiner. Het is daarom een juiste beslissing van de Raad van State om het toezicht op de Knorhof te brengen onder provinciale verantwoordelijkheid, al doen de staatsraden dit om andere, juridisch-technische redenen.
VVD-Kamerlid Paul De Krom wil naar aanleiding van de brief van het Gelderse provinciebestuur vragen stellen aan Van Geel over knelpunten in de handhaving door overheden. Het is te hopen dat de staatssecretaris in antwoord daarop met meer komt dan alleen verscherpte handhavingsregels en dat hij een voorbeeld neemt aan de uitspraak van de Raad van State.
Verschenen als juridische column in Binnenlands Bestuur op 16 april 2004.
Reacties»
No comments yet — be the first.