jump to navigation

Kamperen bij de boer april 23, 2004

Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Milieu & ruimtelijke ordening.
trackback

Er moeten minder landelijke regels komen voor kampeerboerderijen, vindt minister Veerman van Landbouw. Daarom wil hij de Wet op de Openluchtrecreatie (WOR) afschaffen. De intrekkingswet laat echter al tijden op zich wachten. Daardoor verkeren kampeerboeren in onzekerheid over het aantal toegestane kampeerplaatsen.

Steeds meer agrariërs verdienen een centje bij door een minicamping te beginnen. Zowel op nationaal als op Europees niveau wordt dit toegejuicht. Onder de WOR mogen kampeerboerderijen maximaal tien kampeermiddelen – tenten en caravans – hebben. Alleen tijdens het kampeerseizoen kan dit tijdelijk worden uitgebreid tot vijftien. Het ministerie van Landbouw is al jaren bezig met plannen voor een ruimere regeling. Begin april van dit jaar schrijft de minister aan de Tweede Kamer dat hij in de intrekkingswet van de WOR een overgangsperiode van vier jaar wil opnemen. In die periode mogen kampeerboerderijen het hele jaar door vijftien kampeermiddelen exploiteren.

Na die vier jaar geldt geen enkel maximum meer en mogen gemeenten zelf bepalen hoeveel kampeermiddelen zijn toegestaan zodat meer rekening kan worden gehouden met lokale omstandigheden. De minister verkondigde vorig jaar al dat de regeling zou ingaan. Nu wil Veerman de verruiming in ieder geval laten gelden voor het kampeerseizoen van 2004, schrijft hij in de brief. De intrekkingswet is echter nog steeds niet gereed. Daarom wil de minister in de intrekkingswet laten opnemen dat de regeling terugwerkende kracht heeft. Zo kunnen kampeerboeren al dit kampeerseizoen profiteren van de verruimde regeling.

Volgens Huig Bode van de afdeling recreatie van de gemeente Schouwen-Duiveland kunnen gemeenten weinig met deze toezegging van de minister. ‘Wij hebben bijvoorbeeld een notoire klager over een bepaalde kampeerboerderij. Als deze kampeerboerderij vooruit wil lopen op de intrekkingswet en buiten de piekperiode vijftien kampeermiddelen toelaat, zal deze klager ongetwijfeld naar de rechter stappen en nog gelijk krijgen ook. Voorlopig houden we kampeerboerderijen daarom aan de huidige wet, maar het zorgt wel voor veel verwarring.’

Arjan Kuiper van de Vereniging Kamperen bij de Boer (Vekabo) beaamt dit. ‘De minister probeert te dereguleren, maar het is allemaal nog nooit zo ingewikkeld geweest.’ Zo is het volgens Kuiper onduidelijk of een boer eventuele boetes voor het schenden van de huidige wet kan verhalen op de centrale overheid. Kuiper vindt dat dit het geval moet zijn, vanwege de terugwerkende kracht van de toekomstige overgangsregeling. ‘Ik vroeg hierover opheldering bij het ministerie, maar ik kreeg alleen maar vage antwoorden.’

Veel reguliere campinghouders zijn niet blij met het in de toekomst afschaffen van het maximum aantal plekken bij de kampeerboer. Volgens de Recron, vertegenwoordiger van recreatieondernemers, is sprake van oneigenlijke concurrentie. De regels waaraan kampeerboeren moeten voldoen zijn minder streng dan die waaraan reguliere campinghouders zijn gehouden. Deze kritiek is echter al meegewogen door de minister en te licht bevonden. Over de precieze invulling van de overgangsregeling vindt nog discussie plaats met het ministerie van Justitie, vertelt LNV-woordvoerder Gerard Westerhof. ‘Ergens dit jaar’ wordt de intrekkingswet na advies door de Raad van State naar de Tweede Kamer gezonden. Als alles meezit treedt de intrekkingswet in 2005 in werking.

Verschenen als juridische column in Binnenlands Bestuur op 23 april 2004.

Reacties»

No comments yet — be the first.