jump to navigation

Remgeld september 3, 2004

Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Milieu & ruimtelijke ordening.
trackback

Gemeenten mogen niet langer drempels opwerpen voor het indienen van planschadeclaims. Dat volgt uit een uitspraak van de Hoge Raad. Intussen is er nieuwe wetgeving in de maak die de gevolgen van dit arrest weer deels tenietdoet.


Sinds enkele jaren vraagt tussen de dertig en vijftig procent van alle gemeenten een geldbedrag aan burgers die de waardedaling van hun woning willen verhalen bij de overheid. Zo pogen gemeenten het doen van verzoeken om planschadevergoeding te ontmoedigen. De hoogte van deze leges – ook wel ‘remgeld’ genoemd – varieert flink. Het begint bij ongeveer driehonderd euro en kan oplopen tot 3500 euro.

In het Zuid-Hollandse Jacobswoude bedraagt de leges sinds vijf jaar twaalfhonderd euro. Een inwoner kaartte deze praktijk aan bij de rechter. Het Hof wijst het beroep af. De inwoner zet – met steun van planschadejurist Remco Maat – zijn strijd voort tot aan de Hoge Raad. De advocaat-generaal bij de Hoge Raad adviseert het hoogste rechtscollege om het vragen van planschadeleges niet te verbieden. De gemeente dient met de beoordeling van een planschadeclaim uitsluitend een individueel belang, vergelijkbaar met de beoordeling van een bouwaanvraag, aldus de Advocaat Generaal.

De Hoge Raad blijkt het daarmee oneens. Weliswaar is bij het nemen van een besluit over planschadeclaims sprake van een individualiseerbaar belang van de aanvrager, dat belang is niet overheersend. Voorop staat het algemene belang van de ruimtelijke ordening. De planschadeclaims komen voort uit de uitvoering van de publieke taak van de gemeente, namelijk het wijzigen van bestemmingsplannen. Daarom dient de beoordeling van planschadeclaims vooral de publieke zaak en moet de gemeente de kosten daarvan volledig dragen, aldus de Hoge Raad op 13 augustus.

Inmiddels ligt er een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer die het heffen van planschadeleges in de toekomst weer mogelijk maakt. Op aandringen van de VNG bevat het wetsvoorstel de instelling van ‘griffierecht’ van driehonderd euro voor het aanvragen van een planschadevergoeding. De burger krijgt zijn geld terug wanneer hij de zaak wint. De wet treedt waarschijnlijk per 1 januari 2005 in werking. Tot die tijd is derhalve sprake van een ‘remgeldloze periode’. Remco Maat adviseert zijn cliënten daarom zo snel mogelijk een verzoek om planschadevergoeding in te dienen.

De NVB, de organisatie van middelgrote projectontwikkelaars en bouwbedrijven sprak daags na de uitspraak de vrees uit dat gemeenten de planschadeleges zullen doorschuiven naar ontwikkelaars en bouwers. ‘Die vrees is inderdaad niet geheel onterecht’, zegt Ton Meester, gemeentesecretaris van Jacobswoude. ‘Voor die driehonderd euro uit het wetsvoorstel doe je niet zoveel. Het inhuren van een extern bureau alleen al kost veel meer.’

Meester verwacht dat de gerechtelijke uitspraak ook gevolgen heeft voor de wijze waarop Jacobswoude aanvragen voor vergunningen beoordeelt. ‘De souplesse bij de verlening van bouwvergunningen zal flink verminderen. Daar zijn voor de gemeente nu wel erg veel risico’s aan verbonden. Het gemak waarmee met één postzegel een planschadeverzoek kan worden ingediend, daar kan ik niks mee.’ Daarmee lijkt de kern van de uitspraak van de Hoge Raad niet helemaal tot Meester te zijn doorgedrongen: een verzoek om planschadevergoeding moet niet worden behandeld als een onterechte last voor gemeenten, maar als een publieke taak die naar behoren dient te worden vervuld.

Verschenen als juridische column in Binnenlands Bestuur op 3 september 2004.

Reacties»

No comments yet — be the first.