Schijn belangenverstrengeling oktober 1, 2004
Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Integriteit.trackback
Is het een probleem wanneer een ambtenaar sportfaciliteiten verdeelt onder lokale sportverenigingen en tegelijkertijd trainer is bij één van die clubs? Moet je dat van rechtswege verbieden? De Nationale Ombudsman vindt van wel en noemt dergelijke overlap ‘niet behoorlijk’.
Een ambtenaar van de gemeente Weert stelt de conceptroosters 2001-2002 op voor gebruik van de lokale sportfaciliteiten. De amateurs van Volleybalclub Boshoven raken in het nieuwe rooster een groot deel van de trainingstijden in de belangrijkste sporthal kwijt. Alleen de jeugd kan daar nog trainen, terwijl de volwassenen naar een verder weg gelegen hal moeten. De gemeenteambtenaar is zelf trainer bij volleybalclub VC Vanilla die juist veel meer trainingstijd in de sporthal krijgt door de nieuwe roosterindeling.
Volgens VC Boshoven is hier sprake van schijn van belangenverstrengeling, die B en W valt aan te rekenen. De club dient een klacht in bij de Ombudsman. B en W weerspreken dat sprake is van (de schijn) van belangenverstrengeling omdat de ambtenaar slechts de conceptroosters opstelt die worden geaccordeerd door zijn afdelingshoofd en ook worden besproken met de wethouder. Zo zijn er voldoende waarborgen tegen het uitoefenen van invloed ten gunste van de eigen vereniging. Verder is het juist positief dat ambtenaren geworteld zijn in de lokale gemeenschap.
Volgens de Ombudsman blijkt nergens uit dat de ambtenaar daadwerkelijk misbruik maakte van zijn positie. Wel is er sprake van de schijn van belangenverstrengeling. De ambtenaar vervaardigt immers de conceptroosters die de grond vormen van de verdere besluitvorming. Volgens de Ombudsman moet het - zeker in een grotere gemeente als Weert - toch mogelijk zijn om deze klus aan een andere ambtenaar te geven om problemen te voorkomen.
Vorig jaar deed de Raad van State in de veelbesproken Winsum-zaak ook een uitspraak over de grenzen van de schijn van belangenverstrengeling. Daarbij draaide het om een gemeenteraadslid wiens stem - door krappe stemverhoudingen - cruciaal was in de raadsstemming over de aanleg van een sluis en een gemaalgebouw. Het raadslid was tevens jurist bij het betrokken waterschap. De staatsraden vernietigden het uiteindelijke bouwbesluit van B en W vanwege de schijn van belangenverstrengeling. Naar aanleiding van deze uitspraak kondigde minister Remkes van Binnenlandse Zaken onderzoek aan naar mogelijke verbetering van de bestaande regelgeving over belangenvermenging bij overheden.
De Nationale Ombudsman gaat een stap verder dan de Raad van State door ook de handelingen van een ondergeschikte ambtenaar te willen brengen binnen de werking van de Algemene wet bestuursrecht, wat bij de bestuursrechter kan leiden tot vernietiging van een besluit.
De vraag is of dat een juiste keuze is. Natuurlijk hadden de betreffende ambtenaar en zijn meerderen deze belangenvermenging moeten voorkomen, maar juridisch wapengekletter is in kwesties als deze weinig zinvol. De Nationale Ombudsman lijkt de feitelijke bruikbaarheid van juridische instrumenten te overschatten. Het draait in deze zaak om de situatie waarbij een ambtenaar niet beslissingsbevoegd is. Oplossingen voor dergelijke gevallen kan je beter zoeken in de formele en informele structuur van een overheidsorganisatie.
Het gemeentebestuur van Weert lijkt in ieder geval niet erg onder de indruk van de Nationale Ombudsman. ‘B en W hebben kennis genomen van de uitspraak’, aldus een gemeentelijk woordvoerder. Het opstellen van interne voorschriften acht het gemeentebestuur nog steeds niet noodzakelijk. ‘De betreffende ambtenaar is niet langer trainer bij de betreffende volleybalclub. Daarmee is de kans op herhaling geweken.’
Verschenen als juridische column in Binnenlands Bestuur op 1 oktober 2004.
Reacties»
No comments yet — be the first.