Geheimen van de geheime dienst november 26, 2004
Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Grondrechten.trackback
Van begin 2000 tot eind 2001 bestaat het Cici. Dat is een speciale veiligheidsdienst die milieuactivisten en burgers bespioneert die klagen over infrastructurele projecten zoals de Betuwelijn.
Een onderzoeksjournalist vraagt begin 2000 in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) een groot aantal documenten op die het doel en de werkwijze van het Cici moeten verhelderen. De verantwoordelijk korpsbeheerder van de regiopolitie Gelderland-Zuid weigert een belangrijk deel van de stukken te geven. De Raad van State oordeelt dat de korpsbeheerder te veel geheim houdt, maar vindt het geen probleem dat opgevraagde documenten zijn vernietigd.
Het Centraal Informatie- en Coördinatiepunt Infrastructurele projecten – zoals de dienst voluit heet – kent een schimmige geschiedenis. In 2000 blijkt uit stukken in een Wob-procedure dat het Cici informanten gebruikt om een beeld te krijgen van activisten en kritische burgers. Diverse burgemeesters in de regio blijken niets te weten van het Cici, terwijl zij daar wel medeverantwoordelijk voor zijn. Volgens onderzoekers van het Internationaal Politie Instituut in Twente hield het Cici en de korpsleiding de burgemeesters bewust onkundig. Veel burgemeesters waren tegenstanders van de Betuwelijn en vormden als zodanig een risicofactor.
Onderzoeksjournalist Louis Sévèke vraagt in 2000 met een beroep op de Wob diverse stukken op die het Cici nog niet vrijgaf. Het betreft onder meer notulen en agenda’s van vergaderingen en gespreksverslagen. Verder vraagt Sévèke om documenten over het doel van het Cici en documenten over verrichte acties van het Cici. Tenslotte vraagt hij expliciet om draaiboeken, evaluaties en rapporten over de ontruiming van de zogenaamde Betuwelijn-kraakpanden. De korpsbeheerder wijst het Wob-verzoek volledig af. Hij gebruikt daarbij onder meer de officiële weigeringsgrond dat de persoonlijke levenssfeer van informanten en burgers in gevaar komt door openbaarmaking. Verder weigert hij diverse stukken omdat daarin ‘meningen en overwegingen’ staan van functionarissen, wat krachtens de Wob eveneens een weigeringsgrond is.
De Raad van State oordeelt op 29 september dat de korspsbeheerder ten onrechte over een hele categorie van stukken heeft gesteld dat die de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen in gevaar brengt. De staatsraden hebben de betreffende stukken bekeken en stellen dat er na weglakking van de persoonlijke gegevens van informanten in principe geen reden meer is om deze documenten te weigeren. Het gaat daarbij om stukken over het doel van CICI en uitgevoerde acties.
Opvallend is dat de Raad van State droogjes vaststelt dat diverse agenda’s, notulen, rapporten en evaluaties hangende het verzoek van Sévèke zijn vernietigd. De korpsbeheerder had deze documenten gewoon moeten verstrekken, maar nu ze zijn vernietigd, is er niks meer aan te doen, concluderen de staatsraden. Deze stellingname van de hoogste bestuursrechter betekent dat het loont voor een overheidsdienst om gevoelig liggende documenten in de papierversnipperaar te stoppen. Wob-deskundige Roger Vleugels: ‘Het komt wel vaker voor dat duidelijk is dat de overheid niet zijn best gedaan heeft om een bepaald stuk te vinden en dat de rechter dat laat passeren. Opmerkelijk aan deze zaak is dat de rechter feitelijk zo duidelijk zegt: zet de spullen maar bij de buren of steek het maar in de fik.’
De bestuursrechter heeft echter wel degelijk instrumenten om overheidsorganen het iets minder makkelijk te maken, zegt ook Vleugels. Zo is er bijvoorbeeld het instrument van de ‘descente’ waardoor de rechter een archief kan doorzoeken. Nu maakt de Raad van State van de Wob feitelijk een bot mes. Met de uitholling van controlemechanismen is een democratische rechtstaat niet gediend.
Verschenen als juridische column in Binnenlands Bestuur op 26 november 2004.
Reacties»
No comments yet — be the first.