Spoorhinder in Zeeland maart 25, 2005
Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Milieu & ruimtelijke ordening.trackback
Zeeland heeft een probleem: het gaat er te goed met het goederenvervoer over het spoor. Burgers die langs het spoor wonen, klagen over schending van geluidsnormen door toenemend spoorweglawaai.
Zuid-Bevelandse gemeenten zijn huiverig voor het aanpakken van spoorbeheerder ProRail. Daarmee raken de betrokken overheden, burgers en spoorwegen verzeild in een langdurige juridische stoelendans. Diverse uitspraken van de Raad van State over de kwestie maken daar geen einde aan.
Actiegroep Belangenvereniging Aanwonenden Spoorlijn strijdt sinds mei 2003 tegen de toename van spoorweglawaai. Sindsdien zijn het vooral lege treinen, op de terugweg naar autofabrieken, die luidruchtig rammelen. De actiegroep wil dat er minder nachttreinen rijden of dat ze langzamer rijden. ProRail is krachtens de wet verplicht om bij een toename van 45 procent meer spoorverkeer onderzoek te doen naar de geluidshinder. Pas daarna kan ProRail daarvoor een nieuwe vergunning krijgen. ProRail weigert echter het aanvragen van een vergunning en geeft aan het evenmin nodig te vinden om onderzoek te doen naar de geluidsoverlast.
De burgerclub vraagt aan de Zeeuwse gemeenten om ProRail terug te fluiten. De gemeentebestuurders antwoorden dat het ministerie van Vrom de aangewezen partij is om in deze zaak te handhaven. De Raad van State bepaalt echter dat de gemeenten wel degelijk zelf kunnen optreden en ziet daartoe ook aanleiding. Toch nemen de gemeenten vervolgens geen handhavende maatregelen, maar voeren overleg met ProRail over vrijwillig genomen geluidwerende maatregelen. Na een paar maanden maakt het spoorbedrijf bekend daartoe voorlopig niet bereid te zijn. De burgers doen daarop opnieuw een officieel handhavingsverzoek bij de gemeenten en wijzen op de mogelijkheid om ProRail de gang door het gebied van de gemeenten te ontzeggen of om dwangsommen op te leggen.
Weer nemen de gemeenten geen besluit en opnieuw stappen de burgers naar de Raad van State. Die beslist op 10 maart 2005 dat de betrokken gemeenten binnen twee weken een besluit over de handhaving moeten nemen. Welk besluit dat moet zijn, zeggen de staatsraden echter niet. Intussen heeft de gemeente Reimerswaal dan al besloten niet op te treden tegen ProRail. Op 22 maart maken de gemeenten Goes en Kapelle tijdens een gezamenlijke persconferentie bekend op te willen treden tegen de spoorbeheerder. Een concreet besluit wordt echter nog steeds niet genomen. Wanneer dat wel gebeurt en wat de inhoud zal zijn, wordt niet gezegd. ‘Feitelijk is er met deze persconferentie nog steeds geen donder gebeurd’, aldus Theo Richel van de burgerclub. ‘Dit was alleen maar een optreden voor de publieke tribune. Wij staan nog steeds met lege handen.’
Per 1 april treedt nieuwe regelgeving in werking waardoor de handhaving van spoorweglawaai een bevoegdheid van het ministerie van Vrom wordt. De Zuid-Bevelandse gemeenten ontkennen dat hun trage optreden iets te maken heeft met de op handen zijnde verschuiving van bevoegdheden. Hoe dan ook is het feit dat deze situatie zolang voortduurt, niet alleen de schuld van de gemeenten. Een belangrijke oorzaak ligt ook bij de Raad van State. Die verzuimt een uitspraak te doen die gemeenten daadwerkelijk dwingt om handhavend op te treden. Uit de uitspraken van de Raad van State zelf valt af te leiden dat daartoe alle reden is. Door de halfslachtige houding van de hoogste bestuursrechter, zal de juridische stoelendans rondom het Zeeuwse spoor – ook met het ministerie aan het roer – waarschijnlijk nog wel even voortduren.
Verschenen als juridische column in Binnenlands Bestuur op 25 maart 2005.
Reacties»
No comments yet — be the first.