jump to navigation

Demonstreren op een bedrijventerrein mei 20, 2005

Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Grondrechten.
trackback

Bestuurders en politie denken dat het gewoon moet kunnen: demonstranten verbannen naar een plek waar vrijwel niemand last heeft van hun boodschap.

Ook burgemeester Pauline Krikke van Arnhem wilde afgelopen week demonstranten van de extreemrechtse Nederlandse Volksunie wegstoppen op een afgelegen bedrijventerrein. Uit vrees voor wanordelijkheden door een tegendemonstratie van antifascisten, verklaarde Krikke. De kort geding-rechter acht dit besluit in strijd met het grondrechtelijke betogingsrecht en fluit de burgemeester terug. 

De Nederlandse Volksunie wil op zaterdag 14 mei demonstreren tegen toetreding van Turkije en tegen de Europese Grondwet in het stadscentrum. De Arnhemse politiechef vreest daar de orde niet te kunnen handhaven omdat de Anti Fascistische Actie (AFA) ‘agressieve tegenacties’ gaat houden. Daarom besluit de Arnhemse burgemeester om de demonstratie wel toe te staan, maar niet op de aangevraagde plek. De NVU-ers moeten hun geluid laten horen op een afgelegen industrieterrein en alleen in de vroege zaterdagochtend. De antifascisten krijgen op hun beurt toestemming om op hetzelfde industrieterrein bijeen te komen, maar pas later in de middag. Zo hoopt de burgemeester een gewelddadige botsing tussen de twee groepen te voorkomen. De NVU-ers spannen een kort geding aan tegen de gemeente. 

De rechter wijst er – een dag voor de geplande demonstratie – op dat het in de grondwet verankerde betogingsrecht demonstranten in staat wil stellen om hun standpunten ‘op de openbare weg kenbaar te maken aan anderen’. Doordat de NVU-betoging alleen mag plaatsvinden op een afgelegen plaats waar op dat tijdstip vrijwel niemand is, wordt ernstig afbreuk gedaan aan het grondrecht. Het argument dat de openbare orde verstoord dreigt te worden door tegendemonstranten verwerpt de rechter. Het openbare orde-argument geldt alleen bij een bestuurlijke overmachtsituatie. Daarvan is hier geen sprake. De gemeente heeft de plicht om een vreedzame betoging te beschermen tegen verstoring door derden, benadrukt de rechter. De NVU mag gewoon demonstreren op de verzochte tijd en plaats. De tegendemonstranten – die geen kort geding aanspanden – moeten wel demonstreren op het bedrijventerrein. De volgende dag verloopt de NVU-demonstratie – met inzet van driehonderd politieagenten – relatief rustig, ondanks aanwezigheid van tegendemonstanten. 

Het behoort tot de kern van een democratische rechtstaat dat ook ruimte wordt geboden aan demonstranten met wie de meerderheid van de bevolking het oneens is. Als er werkelijk iets strafbaars wordt uitgedragen tijdens een betoging, biedt de wet de mogelijkheid om alsnog in te grijpen. Het is niet de eerste keer dat een burgemeester het argument van de agressieve tegendemonstratie misbruikt om een ‘vervelende’ betoging naar een afgelegen plek te dirigeren. Burgemeester Deetman van Den Haag bijvoorbeeld is er zeer bedreven in. De hoge kosten van politie-inzet vormden ook voor burgemeester Krikke een reden voor het verbanningsbesluit, erkent een gemeentelijk woordvoerder. Dat is bedenkelijk.

Indien je als gemeente wél bereid bent om honderden politieagenten in te zetten voor een risicovolle voetbalwedstrijd, moet je dat zeker doen ter bescherming van een belangrijk grondrecht. Probleem is dat de minister van Binnenlandse zaken al jaren werkeloos toeziet hoe burgemeesters in strijd handelen met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. De Arnhemse burgemeester kondigt aan door te strijden in een bodemprocedure. Het zou mooi zijn als deze zaak terecht komt bij de Raad van State. Die zou krachtig moeten bevestigen dat je het betogingsrecht niet via een zij-ingang de nek om mag draaien.

Verschenen als juridische column in Binnenlands Bestuur op 20 mei 2005.

Reacties»

No comments yet — be the first.