Beschermde sjoemelaars juli 8, 2005
Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Integriteit.trackback
Sommige lokale politici willen in opspraak geraakte waterschapsbestuurders of raadsleden graag dwingen om hun ambt op te geven. Daartoe biedt de wet echter geen ruimte.
De Amsterdammer Hans Bremer gaat in 2004 in de fout door op treinstations handtekeningen te verzamelen op kandidatenlijsten voor de verkiezingen van waterschapsbesturen. Vervolgens schrijft hij handtekeningen van treinreizigers over om in achttien waterschappen aan de tien handtekeningen te komen die nodig zijn voor deelname aan de verkiezingen. De fraude wordt te laat ontdekt in vier Zuid-Hollandse waterschappen. Daar wordt de waterbouwkundig ingenieur vervolgens met klinkende getallen verkozen, ondanks de publiciteit over zijn fraude. Waterschapsbestuurders spreken nors over ‘onvredestemmers’. Zij besluiten dat Bremer de zetels in geen van de waterschappen mag innemen. Door de valse handtekeningen is geen sprake van een geldige kandidaatstelling, waardoor Bremer ten onrechte deelnam aan de verkiezingen. Andere kandidaten moeten zijn plek innemen, vinden de waterschapbestuurders.
De Raad van State beoordeelt de situatie een tikje anders. Er moeten nieuwe verkiezingen komen, speciaal voor de zetel van Bremer. Dat betekent dat er een nieuwe kandidaatstelling moet komen, waarvoor overigens ook Bremer zich kan aanmelden. Die mogelijkheid grijpt Bremer aan en opnieuw wordt hij met ruime meerderheden verkozen in de besturen van Delfland, Rijnland en Hollandse Delta, nu met geldige handtekeningen.
De kosten van deze extra verkiezingen - in totaal driekwart miljoen euro - overwegen de waterschappen te verhalen op Bremer middels een civielrechtelijke schadeclaim. Er loopt al een strafzaak tegen de ingenieur vanwege de vervalste handtekeningen. De waterschapbestuurders hebben geen publiekrechtelijke middelen om Bremer buiten de deur te houden. Daarom verzoeken zij Bremer om vrijwillig afstand te doen van zijn zetels, wat hij weigert.
In Amsterdam staat de gemeenteraad met lege handen tegenover raadsleden die sjoemelen met fractievergoedingen. Zo huurt raadslid Gonny van Oudenallen van Mokum Mobiel zichzelf in als adviseur voor haar eenmansfractie. Ze krijgt daarvoor duizenden euro’s uit het fractiepotje. Kort nadat een rapport van de gemeentelijke accountantdienst dit aan het licht brengt, wordt Van Oudenallen door haar eigen partij herkozen als lijsttrekker voor de volgende verkiezingen. Opstappen is geheel niet aan de orde, beslist de flamboyante politica.
VVD-raadslid Gert van der Linden van de gemeente Borger-Odoorn doet deze week wél vrijwillig afstand van zijn raadszetel nadat hij tot een werkstraf is veroordeeld. Als voormalig medewerker van de gemeente Hoogeveen is de VVD-er schuldig bevonden aan het vervalsen van getuigschriften op gemeentelijk briefpapier.
‘Een raadslid kan zelf voor aftreden kiezen maar kan daar door anderen - geheel terecht - niet toe worden gedwongen’, zegt de Leidse hoogleraar gemeenterecht Hans Engels. ‘De autonomie van een raadslid is een groot goed. Het voorkomt dat raadsleden volledig aan het lijntje van een partij zitten. Aan dat uitgangspunt moet je niet willen tornen.’ Engels ziet dan ook niks in extra maatregelen om in opspraak geraakte raadsleden te dwingen afstand te doen van hun zetel. ‘Wel kunnen gemeenten een gedragscode opstellen waarin staat hoe raadsleden zich moeten gedragen.’ Daarin kan echter nooit iets worden opgenomen over gedwongen aftreden van een raadslid, aldus Engels. ‘Sommige politici zouden dat misschien graag anders zien, maar als je dergelijke bepalingen opneemt, handel je eenvoudigweg in strijd met hogere regelgeving.’
Verschenen als juridische column in Binnenlands Bestuur op 8 juli 2005.
Reacties»
No comments yet — be the first.