jump to navigation

Inburgering integriteitstoets oktober 28, 2005

Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Integriteit.
trackback

De aanvrager van een milieuvergunning beging eerder milieumisdrijven. Is dat genoeg reden om aan te nemen dat hij een nieuwe vergunning zal gebruiken voor het plegen van strafbare feiten?


De Raad van State vindt van niet. In een andere zaak oordeelt de Haagse voorzieningenrechter dat een vergunningaanvrager niet per se gehoord hoeft te worden bij een onderzoek naar zijn integriteit.

Vorige week kwam in deze rubriek al aan de orde dat er weinig jurisprudentie verscheen sinds de invoering van de wet Bibob in 2003. Dat heeft veel te maken met het beperkte gebruik van de wet door overheden. ‘Het is een kwestie van gewenning’, stelde minister Donner van Justitie daarover onlangs in NRC Handelsblad. ‘Bij veel gemeenten moeten de mogelijkheden die de wet biedt nog inslijpen’ denkt hij. Toch verschijnt er af en toe relevante jurisprudentie.

Een groep burgers in het Gelderse Lochem is de laksheid zat en wil de provincie Gelderland via de Raad van State dwingen om de integriteitstoets toe te passen. Afvalverwerkingsbedrijf Atop wil verhuizen naar een bedrijventerrein in Lochem. De provincie verleent het bedrijf daarvoor de benodigde milieuvergunning. Een groep omwonenden in het agrarisch gebied rondom het bedrijventerrein vreest voor aantasting van landschappelijke waarden en hun woongenot, onder meer door geluidsoverlast, trillinghinder en overmatige stofontwikkeling. Zij eisen onder meer dat de puinbreker in een overdekte ruimte komt.

Verder had de provincie voorafgaand aan de vergunningverlening moeten nagaan of de directeur van Atop wel integer is. Die pleegde eerder namelijk milieumisdrijven zoals het illegaal opslaan van puin en kreeg hiervoor dwangsommen opgelegd. Een adviesaanvraag bij het Bureau Bibob door de provincie is daarom op zijn plaats. De woordvoerder van de omwonenden, voormalig officier van justitie A.M. Fransen, is zeker van zijn zaak en betitelt de directeur ten overstaan van de staatsraden als een ‘crimineel’, aldus meldt Dagblad de Stentor.

De provincie vindt dat helemaal geen ernstig gevaar bestaat dat de directeur de milieuvergunning zal gebruiken voor strafbare feiten of het wiswassen van geld. Eerdere overtredingen zijn met medewerking van de betreffende gemeente beëindigd en niets wijst op aanstaande misstappen. De Raad van State vindt dat de gemeente met deze motivatie haar beslissing om geen Bibob-advies te vragen voldoende onderbouwt. De omwonenden krijgen op alle punten ongelijk.

De Haagse voorzieningenrechter doet uitspraak over een zaak waarin het onder meer draait om de vraag of een Bibob-advies mag worden gebruikt als de vergunningaanvrager voorafgaand aan het onderzoek niet is gehoord. B en W van Leidschendam-Voorburg weigeren horecagelegenheid de Village Lounge een horecavergunning. Aan die weigering ligt onder meer een advies van het bureau Bibob ten grondslag. In dat advies staat dat ernstig gevaar bestaat dat de aanvrager de vergunning zal gebruiken voor het plegen van strafbare feiten.

Het enkele feit dat de exploitant van de Village Lounge niet voorafgaand is gehoord, kan niet leiden tot de conclusie dat het integriteitsonderzoek onzorgvuldig is, aldus de Haagse rechtbank. B en W mochten hun weigeringsbesluit dus baseren op de conclusie in het Bibob-advies. Bovendien kon de horeca-ondernemer in de zienswijzeprocedure kennis nemen van alle feiten en heeft hij toen de belastende feiten niet weersproken. Inmiddels heeft de Village Lounge na een gedwongen sluiting een nieuwe exploitant die zich volgens de gemeente wel aan de wet houdt.

Verschenen als juridische column in Binnenlands Bestuur 28 oktober 2005.

Reacties»

No comments yet — be the first.