Deetman als ‘zonnekoning’ november 25, 2005
Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Grondrechten.trackback
Burgemeester Deetman en de politie Haaglanden hebben een bedenkelijke reputatie als het gaat om de beknotting van het demonstratierecht. Niet alleen rechtswetenschappers en advocaten wijzen er al jaren op dat de Haagse autoriteiten op ongeoorloofde wijze inbreuk maken op dit grondrecht, maar ook rechters, de minister van Binnenlandse Zaken en de Nationale Ombudsman doen dat.
De Haagse gemeenteraad verzuimt de burgemeester hierover grondig ter verantwoording te roepen. In een recent proefproces concludeert de Leidse kantonrechter dat de Haagse politie ten onrechte een betoger oppakte omdat deze geen legitimatie bij zich had tijdens een eemansprotest bij de Amerikaanse ambassade. De vredesactiviste beklaagde zich eerder in het kader van een klachtprocedure bij de politie onder meer over het feit dat agenten haar tijdens deze eenmansactie vroegen naar haar ‘vergunning’, terwijl in Nederland geen vergunningsysteem bestaat. De politie stelt in antwoord op de klacht dat uit ‘de reportages’ niet blijkt dat is gevraagd naar een vergunning. Een dergelijke vraag was onterecht geweest. Een eenmansactie is ook geen demonstratie in de zin van de Wet Openbare Manifestaties, aldus de plaatsvervangend korpschef, die zich vervolgens ‘onthoudt van een oordeel’ over dit punt van de klacht. De vredesactiviste neemt daarmee geen genoegen en stapte inmiddels naar de Nationale Ombudsman.
Eerder dit jaar deed de Nationale Ombudsman uitspraak in een zaak waarbij zeven studenten zich in november 2002 verzamelen op het Haagse Centraal Station. Zij houden een stille tocht tegen de bezuinigingen in het hoger onderwijs en tegen een door Deetman afgekondigd verbod om te demonstreren tegen onderwijsbeleid. De agenten eisen legitimatie. Als de studenten dat weigeren, vorderen de agenten na een woordenwisseling dat de studenten het Centraal Station verlaten. Vervolgens worden ze aangehouden. Een vertegenwoordiging van de studenten dient een klacht in bij de Nationale Ombudsman, die hen op het kernpunt van hun klacht gelijk geeft. De Ombudsman concludeert dat de politie te snel heeft gevorderd dat de studenten zich moeten verwijderen. Op dat moment was immers slechts sprake van (niet strafbare) voorbereidingshandelingen en geen feitelijke uitvoering van een demonstratie. Daarmee handelde de politie in strijd met het redelijkheidsvereiste.
Dat sprake is van een structureel probleem in Den Haag bleek al in 2001 toen de Haagse ploegchef operationele zaken in Binnenlands Bestuur onthulde dat de Haagse politie vooraf eisen stelt aan de teksten op spanddoeken. Over de benadering van extreem-rechtse groeperingen zei hij: ‘ik kleed ze tot op het bot uit als het gaat om hun eigen verantwoordelijkheid.’ Toenmalig minister De Vries van Binnenlandse Zaken benadrukte – mede in reactie op dit artikel – dat aan demonstraties geen voorwaarden mogen worden gesteld die afbreuk doen aan het laagdrempelige karakter van dit grondrecht.
‘Het grote probleem is dat niemand in de Haagse gemeenteraad Deetman echt durft tegen te spreken’, zegt Joris Wijsmuller van de Haagse stadspartij. Hij werd vorig jaar door de Haagse Courant uitgeroepen tot beste raadslid, onder meer omdat hij als enige de burgemeester echte tegenspraak biedt. Wijsmuller:’Deetman fungeert als een soort zonnekoning, die ook de volledige macht heeft bij de politie. Als ik hem aanspreek op misstanden bij demonstraties, doet Deetman dat altijd af als incidenten. Doordat andere raadsleden dat accepteren, komt hij daarmee weg.’ In opdracht van de Haagse Stadspartij maakt onderzoeksbureau Jansen en Janssen nu een inventarisatie van alle demonstraties die de politie de afgelopen jaren beëindigde. Wijsmuller verwacht in januari 2006 de onderzoeksresultaten te presenteren in de gemeenteraad.
Verschenen als juridische column in Binnenlands Bestuur op 25 november 2005.
Reacties»
No comments yet — be the first.