jump to navigation

Deklaag over gif december 17, 2005

Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Milieu & ruimtelijke ordening.
trackback

Het terrein van metaalrecyclingbedrijf Heinhuis in het Gelderse Eibergen is vervuild met gif. Volgens de provincie is het aanbrengen van een deklaag afdoende om gezondheidsrisico’s te voorkomen. Omwonenden geloven daar niets van en stappen naar de Raad van State. De staatsraden achten de Eibergse aanpak echter in lijn met de regelgeving.
In 1977 vestigt Heinhuis zich op een terrein waar tot 1969 een vuilstortplaats zat. In de grond blijkt onder meer het giftige benzeen, asbest en olie te zitten. Het meeste dateert uit de tijd van de vuilstortplaats. De gemeente verliest een juridische procedure tegen Heinhuis en moet tachtig procent van de saneringskosten betalen. Het bedrijf krijgt bovendien een stuk grond op een naastgelegen bedrijventerrein. In 2003 maakt de eindverantwoordelijke provincie een sober saneringsplan bekend: er wordt alleen een halve meter schone grond gestort over de bodem.

De provincie hoopt dat in de loop der jaren door natuurlijke afbraak de vervuiling in de bodem vermindert. De kosten zijn 350.000 euro, terwijl volledig afgraven negen miljoen euro zou kosten. Dat laatste is niet nodig, omdat niet blijkt dat de vervuiling buiten het vervuilde terrein treedt, stelt de provincie. Bovendien zal met peilbuizen in de bodem om de achttien maanden de mate van vervuiling worden gecontroleerd.

Omwonenden onder wie boeren – vinden dat het verrichte onderzoek te beperkt is en bovendien innerlijk tegenstrijdig. Zo is de vervuiling van het grondwater onvoldoende bekeken. De verontreiniging is volgens de buurt veel ernstiger dan de provincie doet voorkomen. Zo vermoeden buurtbewoners dat er ook chemisch afval in de grond zit. Verder wijzen ze erop dat ook landbouwpercelen op de voormalige vuilstort zijn gevestigd. De buurt eist bij de Raad van State verwijdering van de verontreinigde grond en sanering van het vervuilde grondwater. De staatsraden constateren dat het provinciale onderzoek aangeeft dat de verontreiniging niet zorgt voor ‘actueel humaan risico’, niet voor omwonenden en niet voor de consumenten van de maïs op de vervuilde velden. Bovendien wordt de bodem ook in de toekomst gecontroleerd. De keuze voor een sobere sanering is bovendien in overeenstemming met de landelijke regelgeving, zo benadrukken de staatsraden op 8 december.

Sinds 2002 is door nieuwe regelgeving de saneringsplicht inderdaad minder vergaand. Niet langer is het uitgangspunt dat de bodem na sanering geschikt moet zijn voor alle vormen van bodemgebruik. Het is voldoende wanneer de grond geschikt wordt voor een bepaald doel. Volgens voorlopige schattingen van het ministerie van Vrom zijn er 175.000 plaatsen met ernstige verontreiniging. Dat niet al die plekken even vergaand gesaneerd worden, is begrijpelijk. De vraag is echter of in gevallen als in Eibergen niet teveel risico’s worden genomen. De provinciale SP is er in ieder geval niet gerust op en vraagt aan het provinciebestuur of het kan garanderen dat er geen risico’s zijn voor de volksgezondheid. Ook vraagt de SP hoe wordt voorkomen dat het grondwater verder vergiftigd raakt.

De conceptantwoorden van Gedeputeerde Staten zijn wollig geformuleerd en zeker niet geruststellend voor buurtbewoners. Zo is er geen onomwonden nee op de vraag of lokaal verbouwd voedsel gevaar oplevert voor de volksgezondheid. Er blijven controles plaatsvinden, zo wordt wel benadrukt in de antwoorden. Vanuit juridisch oogpunt heeft de provincie een sluitend verhaal, maar ook niet meer dan dat.

Verschenen als juridische column in Binnenlands Bestuur op 17 december 2004.

Reacties»

1. Teesink - september 4, 2009

Afdeling bestuursrechtspraak 24 november 2008 uitsrpaak 200807287/2/M2 zie link: