Recht op evangelische school december 23, 2005
Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Grondrechten.trackback
‘Oss is een zondige, goddeloze stad, waarin alleen Gods licht, Jezus, de duisternis kan laten wijken’, schrijft predikant André de Groot op de website van de Brabantse ChristenUnie. Oss is een rooms-katholieke stad met ‘uitbundige carnavalsvieringen, veel bijgeloof en occultisme’, schrijft de predikant ter onderbouwing van zijn stelling dat de stad dringend behoefte heeft aan een ‘evangelische basisschool’.
Oss is ook de stad van de SP. ‘Jan Marijnissen woont hier vlak bij’, benadrukt de predikant. Het gemeentebestuur weigert mee te werken aan de vestiging van een evangelische basisschool. CDA-onderwijsminister Maria van der Hoeven vindt dat onterecht en vernietigt het besluit. Zij wordt op haar beurt teruggefloten door de Raad van State.
Stichting Evangelische Basisschool Oss verzoekt opname van een nieuwe school in het zogeheten Plan van nieuwe basisscholen voor de komende jaren in Oss. De stichting wil een school in de sinds enkele jaren erkende ‘evangelische richting’. Op dit moment zijn er drie andere evangelische basisscholen in Nederland: in Amsterdam, Arnhem en Eindhoven. De stichting moet krachtens de wet aannemelijk maken dat de school binnen vijf jaar minimaal 213 leerlingen telt. Daartoe wijzen de aanvragers allereerst op het ontbreken van protestantse basisscholen in Oss. Verder komen potentiële leerlingen niet alleen uit Oss maar ook uit dorpen uit de omgeving.
De stichting wijst daarbij op de grote reisbereidheid onder ouders uit evangelische kring. Ten slotte acht de stichting niet uitgesloten dat ook joodse kinderen en hun ouders zich aangetrokken voelen tot de school. De gemeenteraad echter, acht de prognosecijfers niet reëel, vooral omdat de aanvragers het ‘voedingsgebied’ van de school veel te ruim inschatten. De stichting gaat in beroep tegen dit besluit bij de onderwijsminister. Die oordeelt dat de prognose van de stichting wel degelijk klopt en wijst op het succes van de evangelische basisschool in Eindhoven, die in 2000 haar deuren opende en in mei 2004 al 243 leerlingen telde. Veel van die leerlingen komen van ver, benadrukt de minister. Derhalve is de evangelische schatting van het voedingsgebied in Oss ook reëel, oordeelt de minister.
De gemeente stapt naar de Raad van State. Intussen wijst SP-onderwijswethouder Chris Ermers in een opiniestuk in het Brabants Dagblad op het gevaar van een ‘fundamentalistische evangelische’ school die feitelijk een witte school zal zijn. Dat is in strijd met het lokale spreidingsbeleid dat moet zorgen voor gemengde scholen. In reactie daarop wijst een brievenschrijver op het hoge aantal ‘mensen van Indische, Surinaamse, Antilliaanse en Afrikaanse afkomst’ onder Evangelische christenen. De Raad van State beoordeelt de aanvraag puur op de wettelijke norm. Slechts een derde van de leerlingen aan de evangelische basisschool in Eindhoven komt van buiten Eindhoven. Met toepassing van die verhoudingen is het niet aannemelijk dat de school in Oss de norm haalt. De staatsraden geven de gemeente gelijk en vernietigen het besluit van de minister.
Volgens hoogleraar onderwijsrecht Dick Mentink uit Rotterdam past deze uitspraak in het algemene beeld dat de Raad van State wettelijke onderwijsregels strikter interpreteert dan de onderwijsminister. Dat geldt niet alleen voor Van der Hoeve, maar bijvoorbeeld ook voor haar Pvda-voorgangster Tineke Netelenbos. Predikant De Groot is ‘teleurgesteld’ over de uitspraak, maar denkt na over een eventuele hernieuwde aanvraag bij de gemeente. In de tussentijd brengt de predikant zijn zoontje naar de evangelische basisschool in Eindhoven. ‘Dat is een uur heen en een uur terug rijden. Andere ouders uit de buurt doen hetzelfde. Is dat niet een duidelijk bewijs van ons gelijk?’
Verschenen als juridisch column in Binnenlands Bestuur op 23 december 2005.
Reacties»
No comments yet — be the first.