Idealistisch casinomonopolie januari 20, 2006
Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Overig.trackback
Het staatsmonopolie van Holland Casino bestaat alleen maar om gokverslaafden te beschermen. Jarenlang kwamen de minister van Justitie en Economische Zaken in diverse rechtszaken weg met deze argumentatie. Dat lijkt voorbij met een recente uitspraak van de rechtbank in Breda.
Die acht het verhaal van de Nederlandse overheid niet langer overtuigend en zet de deur open voor buitenlandse casinobedrijven. Onder het tweede Paarse kabinet lijkt liberalisering van de Nederlandse casinomarkt in het verschiet te liggen.
Onder de huidige minister Donner van Justitie worden echter weer alle zeilen bijgezet voor handhaving van het staatsmonopolie. Verschillende buitenlandse bedrijven proberen tevergeefs voet aan de grond te krijgen in Nederland. Aan een dochteronderneming van het Franse casinobedrijf Tranchant wordt een vergunning geweigerd voor een vestiging in het Brabantse Bergen op Zoom.
De Nederlandse overheid stelt dat door het staatsmonopolie van Holland Casino de gokverslaving in Nederland in de hand wordt gehouden. Een groter aantal casino’s en aanbieders – zoals het Franse bedrijf – zal leiden tot meer gokverslaafden. De overheid kan nu altijd ingrijpen als zich binnen Holland Casino – waarvan de staat honderd procent aandeelhouder is – ongewenste ontwikkelingen voordoen. Al tijdens de zitting blijkt dat de Bredase rechter grote vraagtekens heeft bij dit verhaal. Waarom wil de staat het aantal vestigingen uitbreiden als doel van het monopolie beperking van het aantal gokverslaafden is? Waarom rijzen de reclamebudgetten van Holland Casino de pan uit, onder meer met de sponsoring van het Eredivisie-voetbal en met grote televisiecampagnes?
De ministers stellen dat de opkomst van illegale casino’s wordt bestreden middels het op strategische plekken openen van legale casino’s. De ministers erkennen dat geen sprake meer is van een ‘evenwichtig reclamebeleid’, maar geven aan geen vat te hebben op het marketingbeleid van Holland Casino. De rechter wijst er in zijn uitspraak van 2 december 2005 op dat een gokmonopolie volgens Europese regelgeving alleen is toegestaan als de staat kan aantonen dat het de enige manier is om criminaliteit, illegaliteit en gokverslaving te bestrijden. Dat kunnen de Nederlandse ministers niet, oordeelt de rechter. De staat heeft ten onrechte niet ingegrepen in het reclamebeleid van Holland Casino en is er derhalve verantwoordelijk voor dat consumenten worden aangemoedigd om steeds meer te gokken. Al met al is geen sprake van ‘consistent beleid’, wat de Europese Unie vereist. De rechter vernietigt het weigeringsbesluit en draagt de ministers op een nieuw, beter onderbouwd besluit te nemen. De ministers gaan in beroep bij de Raad van State.
Intussen komt de Europese Commissie met een vernietigend oordeel over het voornemen van minister Donner om – ter bestrijding van criminele gokbedrijven – Holland Casino het alleenrecht te geven op gokken via internet. De Europese lidstaten hebben gezamenlijke wetgeving opgesteld om onder meer witwassen via gokactiviteiten tegen te gaan. Er is dus geen reden om gokbedrijven uit andere EU-landen te weren, aldus de Commissie.
De Amsterdamse advocaat Justin Franssen was ooit croupier en is tegenwoordig gespecialiseerd in gokwetgeving. Volgens hem is in het bijzonder de uitspraak van de rechtbank in Breda ‘een absolute doorbraak’. ‘Voor het eerst zegt een Nederlandse rechter dat het monopolie in strijd is met Europees recht. De overheid kan gewoon niet meer hard maken dat zij het monopolie handhaaft ter bescherming van de consument. Het gaat er uiteindelijk om dat de minister van Financiën erg veel prijs stelt op de honderden miljoenen die jaarlijks vanuit Holland Casino in de staatskas stromen.’
Verschenen als juridische column in Binnenlands Bestuur op 20 januari 2006.
Reacties»
No comments yet — be the first.