Vogelpest januari 27, 2006
Posted by Maurice Swirc in Column Binnenlands Bestuur, Overig.trackback
Terwijl de afgelopen maanden de dreiging van een nieuwe vogelpestepidemie toenam, spraken de hoogste bestuursrechters in Nederland zich uit over de afhandeling van de vorige vogelpestepidemie.
Zo oordeelt de Raad van State dat de minister tijdens de vorige uitbraak een redelijke schadevergoeding gaf voor geruimde kippen. De kans dat pluimveehouders bij een volgende uitbraak meer geld krijgen, is door deze uitspraak klein.
Een pluimveehouder maakt met steun van de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie een proefproces aanhangig over de opkoopvergoeding die pluimveehouders krijgen van de overheid vanwege de vogelpestepidemie in 2003. De rechtszaak draait om een pluimveebedrijf dat tussen de drie en tien kilometer van een besmet bedrijf af ligt. Daardoor geldt er een vervoersverbod voor kippen. De pluimveehouder kan zijn kippen daardoor vrijwillig laten opkopen door de overheid en krijgt tachtig procent van de waarde van de kippen vergoed.
Kippen die zich binnen een straal van drie kilometer van een met varkenspest besmet bedrijf bevinden, worden door de overheid verplicht geruimd en krijgen honderd procent. Volgens de betreffende pluimveehouder is deze situatie in strijd met het verbod van willekeur, ook bekend als het verbod van kennelijke onredelijke belangenafweging. Hij wil ook honderd procent vergoed krijgen. Hij had namelijk – evenals de verplicht geruimde bedrijven – door de omstandigheden geen andere keus dan akkoord te gaan met de vergoedingsregeling. Verder is de regeling volgens de pluimveehouder in strijd met het gelijkheidsbeginsel, omdat varkenshouders ten tijde van de varkenspest wél honderd procent kregen.
De pluimveesector is medeverantwoordelijk voor de problemen die zijn ontstaan door de manier waarop zij dieren houden, zo argumenteert de minister. Daarom moeten de betreffende pluimveehouders zelf een deel van de schade dragen. Zo worden ze ook gestimuleerd om op tijd een aanvraag in te dienen en dat is in het belang van de dieren. Verder worden de verschillende percentages verklaard uit het feit dat de ruiming binnen de drie kilometergrens wettelijk verplicht is en de opkoopregeling niet. De rechtbank in Den Bosch vindt de argumentatie van de minister redelijk. Ook de Raad van State geeft de minister gelijk.
Het College van beroep voor het Bedrijfsleven oordeelt in opvallend harde bewoordingen – dat de minister van Landbouw de pluimveehouders tijdens de vogelpestuitbraak tekort deed bij vergoeding van geruimde eieren. Hij heeft taxateurs met te strakke richtlijnen op pad gestuurd. Het argument van de minister dat de taxateurs wel degelijk mochten afwijken van de richtlijnen faalt. De eerste instructie voor taxateurs luidde namelijk: ‘geen afwijking van instructie maken, instructie volgen’, aldus citeert het College.
Volgens de Nederlandse Organisatie van pluimveehouders kunnen bedrijven door de laatstgenoemde uitspraak nu miljoenen euro’s extra claimen. De minister van Landbouw deelde inmiddels mee dat dossiers van pluimveebedrijven die eerder instemden met een regeling, niet worden heropend. Lianne van Kooten-De Jong – advocaat van de pluimveesector – vindt dat onredelijk. ‘Veel pluimveehouders gingen onder druk van de omstandigheden akkoord met de regeling.
Die lopen nu ten onrechte veel geld mis.’ Hoe dan ook zal de minister zich door de uitspraak van het College van Beroep nu ‘drie keer achter de oren krabben’ voordat hij taxateurs opnieuw met strakke richtlijnen op pad stuurt, vermoedt Van Kooten-De Jong. ‘De uitspraak van de Raad van State heeft tot gevolg dat de minister bij een nieuwe vogelpestuitbraak niet snel meer dan tachtig procent zal vergoeden. Maar als hij maar zestig procent wil compenseren, moet hij met wel héél goede argumenten komen.’
Verschenen als juridische column in Binnenlands Bestuur op 7 januari 2006.
Reacties»
No comments yet — be the first.