Immigratie: het middel tegen de vergrijzing juni 22, 2006
Posted by Maurice Swirc in Nederlandse politiek.trackback
Vormt het binnenhalen van migranten een oplossing voor de gevolgen van de vergrijzing? De meningen erover zijn verdeeld.
Minister Verdonk wil met haar nieuwe immigratiebeleid de Nederlandse economie versterken. Zowel hoogopgeleide ‘kenniswerkers’ als tijdelijke, goedkope arbeidskrachten wil het kabinet naar Nederland lokken. Verdonk noemt nergens in haar nota expliciet migratie als oplossing voor de vergrijzingsproblematiek. Dat heeft alles te maken met het feit dat het Centraal Planbureau (CPB) in 2003 concludeerde dat migratie op grote schaal ‘geen effectief middel is om de financiële gevolgen van vergrijzing te verlichten’. Wel laat Verdonk hier en daar vallen dat migratie in het kader van ‘demografische ontwikkelingen’ oplossingen kan bieden. Daarbij gaat het om werk dat te zwaar of te vies is, of om werk waarvoor de hoogopgeleiden ontbreken.
De Europese Commissie heeft geen probleem met het leggen van een direct verband tussen migratie en vergrijzing. Die ziet het als dé oplossing voor onbetaalbare oudedagvoorzieningen en zorguitgaven. Daarom droeg eurocommissaris Frattini van Justitie de lidstaten eind 2005 op om zo snel mogelijk gezamenlijk beleid te formuleren waarbij de vergrijzingsproblematiek wordt bestreden via migratie. Uiterlijk 2008 moeten de Europese landen bepalen hoeveel migranten precies nodig zijn. Zo wil Frattini voorkomen dat een onevenredig aantal hoog opgeleide migranten in de Verenigde Staten, Canada en Australië belanden in plaats van in de EU. Verder stelt hij voor om seizoensarbeiders visa te geven waarmee ze de EU meerdere keren in en uit kunnen. Ook wil hij hoogopgeleiden en hooggeschoolde arbeiders sneller een permanente verblijfsstatus geven. De nood is hoog, aldus de commissaris, want naar verwachting neemt tussen 2010 en 2030 het Europese arbeidspotentieel af met twintig miljoen mensen. Vanaf 2010 sterven er meer Europeanen dan er geboren worden. Een nieuwe instroom van arbeiders is daarom onontbeerlijk volgens de Europese Commissie.
Kène Henkens ziet weinig in dergelijk beleid. Hij is onderzoeker bij het Nederlands Indisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) en gespecialiseerd in de arbeidsdeelname van ouderen. ‘De bijdrage die immigratie kan leveren aan een oplossing voor de gevolgen van vergrijzing wordt vaak nogal overschat,’ meent Henkens. ‘Als je een nieuwe groep binnen laat met jonge werkenden, creëer je een nieuw probleem, want ook die groep wordt oud. De groep die bezig is te vergrijzen is namelijk zo gigantisch groot, dat je de problemen die daaruit voortkomen alleen heel beperkt kan opvangen met migratie. Eigenlijk kunnen alleen migranten die na een tijdje weer vertrekken, in dit kader een bescheiden bijdrage leveren.
Volgens Henkens is voor een werkelijke oplossing een omslag in het denken over arbeid nodig. ‘Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het verhogen van de pensioenleeftijd, een langere werkweek en een hogere produktiviteit per persoon.’ Er bestaat bovendien veel maatschappelijke weerstand tegen voorstellen die veel weg hebben van bevolkingspolitiek zoals migratie en verhoging van het kindertal, zegt Henkens. Dat blijkt ook uit recent, nog niet gepubliceeerd onderzoek dat Henkens deed onder werkgevers en werknemers. Werkgevers zijn vooral positief over economisch getinte voorstellen zoals het ontmoedigen van deeltijdwerk en verhoging van de standaard werkweek. De meningen over het verhogen van de pensioenleeftijd zijn verdeeld, zowel onder werkgevers als onder werknemers. ‘Het komt er uiteindelijk ook op neer dat er een overgang komt van betaald werk naar onbetaald werk. We gaan meer zelf doen. Het werk dat de pompbediende vroeger deed, doen we al zelf. Dat krijg je straks op meer plekken. Mensen die nu in de supermarkt werken, hebben we straks gewoon nodig in de zorg.’
Toch zijn er ook in Nederland nog pleitbezorgers van verruiming van de arbeidsmigratie als remedie tegen de vergrijzingsproblematiek, bijvoorbeeld de voormalig directeur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers Theo Veenkamp, PvdA-voorman Wouter Bos en socioloog Han Entzinger. Ook Nout Wellink, president van de Nederlandse Bank schaart zichzelf in dit rijtje. Hij richt daarbij zijn blik met name op Azië en Afrika. Migranten uit Oost-Europese lidstaten verwacht hij niet in grote aantallen, omdat Oost Europa zelf ook vergrijst en omdat de loonverschillen met West Europa verder zullen afnemen. Hoogleraar bestuurskunde Roel in ’t Veld denkt dat het nieuwe immigratiebeleid van Verdonk weinig helpt zolang het ‘xenofobe klimaat’ in Nederland aanhoudt. Hij stelt in NRC Handelsblad dat Nederland zich ten onrechte opstelt als een land waar mensen blij moeten zijn dat ze er mogen werken. ‘Wij krijgen nog ongelofelijk veel spijt dat we het mensen zo moeilijk maken naar dit land te komen.’
Verdonk zelf is uiteraard optimistisch over haar nieuwe immigratiebeleid. In een column op de website van het ministerie van justitie spreekt zij juist de verwachting uit dat Nederland ‘forse vooruitgang’ zal boeken in een globaliserende wereld. ‘Nederland wordt weer gidsland’ luidt de afsluitende conclusie van de minister.
Verschenen in PM, vaktijdschrift over politiek en bestuur
Reacties»
No comments yet — be the first.