jump to navigation

Kinderporno jaagt politici niet uit hun stoel november 27, 2006

Posted by Maurice Swirc in Nederlandse politiek.
trackback

Politici spreken in de media hun afschuw uit over de Pedopartij. Het Meldpunt Kinderporno vindt dat hypocriet. In vergelijking met andere landen is Nederland nog steeds een vrijplaats voor het uitwisselen van kinderporno, hoewel politie, kinderrechtenorganisaties, het Meldpunt Kinderporno en wetenschappers in juni  een noodkreet slaakten om meer geld voor de bestrijding van kinderporno.

 

‘Nu maken Kamerleden zich druk over de Pedopartij, maar als het erop aankomt om echt stappen te ondernemen tegen kinderporno, laten ze het vreselijk afweten. Die verontwaardiging van politici is zó hypocriet,’ vindt Liesbeth Groeneveld, coördinator van het Meldpunt Kinderporno op Internet. Volgens Groeneveld besteden ook de verkiezingsprogramma’s weinig aandacht aan kinderporno en kindermisbruik. Groeneveld: ‘CDA, VVD en GroenLinks zwijgen er zelfs over. PvdA en SP besteden er enkele zinnen aan.’

In juni luidden politie, kindererrechtenorganisaties, het Meldpunt Kinderporno en wetenschappers tijdens een symposium de noodklok over het gebrek aan middelen bij de bestrijding van kinderporno en kindermisbruik. De overheid moet een actievere houding aannemen, luidde de dringende aanbeveling. ‘Nederland geeft hieraan veel minder geld uit dan andere landen,’ constateert Groeneveld.  

‘De maatregelen die oud-minister Donner van Justitie in maart aankondigde voor de strijd tegen de kinderporno schieten ernstig tekort,’ vindt ook PvdA-Kamerlid Khadija Arib. Donner verhoogde de strafmaat voor het verspreiden van kinderporno van zes naar acht jaar en het KLPD-team bestrijding kinderporno groeide van zes naar negen medewerkers. ‘Al eerder is van alle kanten aangegeven dat er in ieder geval zes extra mensen nodig zijn’ zegt Arib. Zij constateert dat kinderporno en kindermisbruik laag op de Haagse politieke agenda staat. In maart sprak de Kamer tijdens een Algemeen Overleg met de minister over de bestrijding van kinderporno.‘Dat was voor het eerst in deze kabinetsperiode dat de Kamer over kinderporno sprak. Daarvoor was er nog nóoit over gedebatteerd.’ Volgens Arib voert het kabinet een ‘passief beleid’. Schriftelijke vragen worden keurig beantwoord, waarna wordt gewacht totdat iemand opnieuw aan de bel trekt. ‘Het probleem is dat alle groeperingen in Nederland zijn georganiseerd, maar kinderen niet. Die kunnen geen politieke druk uitoefenen of lobbyen in Den Haag.’   

De strijd tegen kinderporno heeft van oudsher weinig prioriteit in Den Haag. Als er een kinderporno-bende wordt opgepakt, spreken Kamerleden voor de camera hun afschuw uit, stellen misschien een kamervraag, maar daar blijft het meestal bij. Pas in 2002 werd het klachtvereiste voor strafrechtelijke vervolging van sex van volwassen met minderjarigen afgeschaft. Zelfs de Raad van State vond in 1995 strafbaarstelling van kinderporno-bezit te ver gaan. Seks behoort namelijk tot het privédomein, oordeelden de staatsraden. De Hoge Raad moest er uiteindelijk aan te pas komen om bezit van kinderporno strafbaar te stellen.

Femke Halsema toonde zich in 2001 nog fel tegenstander van het verbieden van ‘virtuele kinderporno’.  Daarbij worden kinderen niet daadwerkelijk misbruikt, maar zijn beelden digitaal bewerkt. Volgens deskundigen zet het pedofielen evenzeer aan tot misbruik van kinderen. Halsema vond echter dat virtuele kinderporno bescherming verdient als ‘een produkt van de menselijke fantasie’.  Inmiddels verkondigen politici dergelijke stellingen niet meer, merkt Groeneveld bij het benaderen van Kamerleden, maar erg belangrijk vinden ze strijd tegen kinderporno nog steeds niet. Groeneveld: ‘Nederland geeft veel minder geld uit aan bestrijding van kinderporno dan andere landen. Alleen al de cyber-tiplijn voor kinderporno in de Verenigde Staten heeft honderden medewerkers. Wij doen het hier met drie deeltijds en één voltijds medewerker.’

‘Afgezien van de SP en de PvdA reageren partijen meestal lauwtjes,’ vindt Groeneveld. Een gesprek met Marleen de Pater, woordvoerder op dit terrein voor CDA, omschrijft zij bijvoorbeeld als ‘nogal teleurstellend’. Groeneveld: ‘Zij vond eigenlijk dat de bestrijding van kinderporno in Nederland wel goed is geregeld, wat voor argumenten ik ook aandroeg. Extra maatregelen waren volgens haar onzin.’ Desgevraagd bevestigt De Pater dit standpunt. ‘Ik vind de maatregelen van Donner voldoende. Laten we eerst maar eens afwachten wat de effecten daarvan zijn.’ Maar wat vind ze dan van de recente noodkreet van politie en hulpverleners? ‘Daar kan ik weinig mee. We leveren voldoende inspanningen op het terrein van bestrijding van kinderporno. Dat blijkt wel uit het feit dat mensen hiervoor worden aangehouden.’ 

Verschenen in PM, vaktijdschrift over politiek en overheid

Reacties»

1. flip - januari 29, 2007

Helemaal mee eens. Zelf heb ik nog een verhaal liggen over een naastliggend onderwerp: de lakse manier waarop incest wordt vervolgd, namelijk bijna altijd geseponeerd.

Dichter bij dit onderwerp: je noemt geloof ik niet de zaak van die Marine-officier die met medeweten van collega’s en superieuren een pornohandel dreef, werd gepakt voor kinderporno in brazilie en daar een uitreisvisum kreeg van de amb assade (toevallig iemand die ik ken, maar dat terzijde). Mijn vriendin Marjon van Royen (correspondent voor radio 1) heeft dat laatste aan het licht gebracht. Die man is niet eens ontslagen, laat staan teruggestuiurd naar Brazilie. Zijn contract is niet verlengd, da’s alles. Onlangs is daarover een rapport verschenen. De voorzitter hoorde ik vorige week ongelooflijk lauw op de radio, zich helemaal terugtrekkend op allemaal arbeidsrechterlijke complicaties. Walgelijk.