Lonsdale op het platteland januari 18, 2007
Posted by Maurice Swirc in Boeken en strips.trackback
Journaliste Maaike Homan trok maandenlang op met tientallen zogeheten Lonsdale-jongeren, die zij sprak op hardcore-feesten, hangplekken en schoolpleinen. Een inkijk in een wereld van angst, haat en frustraties.
Marinus (17) heeft veel last van buitenlanders. ‘Ze denken maar dat ze alles mogen,’ klaagt de tiener uit het Friese Zwaagwesteinde. Dat er slechts twee zwarte gezinnen wonen in het 5100 zielen tellende dorpje, maakt dat niet anders. Marinus heeft vooral ook een hekel aan de bewoners van het nabijgelegen asielzoekerscentrum (AZC). ‘Ze laten ons niet met rust. Hoog tijd dat het AZC weggaat. Dat vindt iedereen hier in het dorp.’ Marinus is een van de jongeren die aan het woord komen in Generatie Lonsdale, extreem rechtse jongeren van freelance journaliste Maaike Homan. Deze autochtone tieners, in de media vaak aangeduid als Lonsdalers, zijn onderdeel van de subcultuur van de hardcore-muziek met bijbehorende dresscode. Ze dragen kleding van het Engelse merk Lonsdale, waarbij de letters NSDA in de merknaam voor deze jongeren een verwijzing zijn naar de NSDAP, de nazipartij van Hitler. Deze jongeren hebben extreem-rechtse denkbeelden en vaak ook nazi-sympathieën. Ze haten vooral moslims, maar ook joden.
Het boek van Loman verscheen al een paar maanden geleden, maar is nog steeds actueel. Zo bleek uit onderzoek in het Vara/NPS-programma Zembla op 14 januari dat 54 procent van de jongeren in de leeftijd van 14 tot 16 jaar negatief denkt over moslims. De belangrijkste verklaring voor deze negatieve houding is het gebrek aan direct contact met moslims. Verder speelt de mening van vrienden en ouders bij de tieners een belangrijke rol, zo blijkt uit het programma. Precies die laatste factor, komt in het boek van Homan alleen zijdelings aan de orde. Homan laat de Lonsdalers wel aan het woord, maar schiet helaas tekort in het schetsen en duiden van de sociale context van deze extreem-rechtse plattelandsjongeren. Bovendien worden er wel erg veel jongerenwerkers geciteerd die het extremistische gedachtegoed relativeren en willen meedenken met de vaak gewelddadige Lonsdalers.
Het meest lezenswaardig is het een na laatste hoofdstuk ‘White power aan het Noorderbolwerk’. Daarin wordt een interessant beeld geschetst van verongelijkte tieners in het sociaal-economisch zwakke gebied rondom het Friese Dokkum. Politie-agenten, schooldirecteuren en jongerenwerkers wijzen in dat verband op het probleem dat de Lonsdalers ook racistische, verongelijkte ouders hebben. Het is een gemiste kans dat de ouders in dat hoofdstuk niet aan het woord komen. Daarnaast bestaat het boek voor een belangrijk deel uit het rubriceren van informatie die voor een groot deel ook in de jaarlijkse anti-racisme monitor van de afgelopen jaren te vinden is. Die ruimte had Loman beter kunnen gebruiken om dieper in de wereld van de Lonsdalers te duiken.
Toch biedt het boek een interessante eerste inkijk in de wereld van de extreemrechtse jongerencultuur in Nederland. De centrale conclusie van Homan in het afsluitende hoofdstuk is echter mager: vooral meer jongerenwerkers aanstellen. Daarmee versmalt Loman het probleem tot de kleine groep Lonsdalers en gaat zij voorbij aan de vraag hoe de opkomst van Lonsdalers gezien moet worden als onderdeel van een brede tegencultuur, die steeds meer aan belang toeneemt.
Verschenen in PM, vaktijdschrift over politiek en bestuur, op 18 januari 2007
Reacties»
No comments yet — be the first.