jump to navigation

Internet blaast omroepbestel op januari 31, 2007

Posted by Maurice Swirc in Media & cultuur.
trackback

Traditionele zenders bepalen in de toekomst steeds minder waar de consument naar kijkt. Door nieuwe generatie digitale videorecorders en de opkomst van internet-televisie, kan de kijker zelf bepalen waar en wanneer hij afstemt op een programma.

Nederlanders kijken steeds minder televisie en zitten langer achter de computer, bleek vorig jaar uit onderzoek van  het Sociaal Cultureel Planbureau. De papieren media verloren in de jaren negentig al hun monopolie op het geschreven woord voor een deel aan het web. De muziekindustrie gooide onlangs de handdoek in de ring bij de bestrijding van het illegaal downloaden van muziek. Onder deskundigen verschillen de meningen alleen nog over de termijn waarin de traditionele televisie door internet het onderspit delft.  

Dick van Smirren van TNO ICT geeft leiding aan een groep onderzoekers die in samenwerking met onder andere KPN en Philips de mogelijkheden op het terrein van internet en televisie verkennen. ‘De rol van zowel publieke omroepen als commerciële zenders zal binnen tien jaar ingrijpend veranderen. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor de digitale videorecorder waarmee time shifting mogelijk is.’ Deze recorder kan al beginnen met afspelen voordat een programma is afgelopen. De consument  kan een speelfilm zo bijvoorbeeld een half uur later bekijken en de reclameblokken doorspoelen. Met grote gevolgen voor de reclame-inkomsten. ‘Commerciële zenders in de huidige vorm zijn er mede daardoor over tien jaar niet meer’ voorspelt Van Smirren. ‘Niet voor niets zijn vooral commerciële zenders heel huiverig voor nieuwe technische ontwikkelingen. Dat komt doordat ze zelf bijna geen programma’s maken. Ze kopen vooral in.’ Maar ook publieke omroepen zullen binnen nu en vijf jaar een ‘significant deel’ van de reclame-inkomsten verliezen, denkt  Van Smirren. ‘Toch geldt daar een ander verhaal. Publieke omroepen zullen op termijn veranderen in leveranciers van kwaliteitsprogramma’s zoals het journaal en cultuur, in belangrijke mate gefinancierd door de overheid.’ De macht verschuift daarmee volgens Smirren van de klassieke publieke en commerciële televisiekanalen naar de programmaproducenten en de eigenaars van de kabel en satelieten, die direct toegang hebben tot de consument.

Erik Huizer, directeur innovatie van het NOB denkt dat ‘binnen nu en vijf jaar  nog niet veel zal veranderen aan de manier waarop we televisie kijken. Het duurt nog een jaar of tien voordat er écht grote veranderingen optreden.’ Wat Huizer betreft mag  – zoals ook verschillende politieke partijen bepleiten – de reclame nu al verdwijnen bij de publieke omroep. ‘Maar dat zeg ik als consument. Als NOB-directeur vind ik dat we reclame voorlopig nog moeten houden. Het is nu nog te belangrijk voor de publieke omroep en de bedrijven er om heen.’

Intussen veroveren websites als Youtube en Google Video een wereldwijd publiek door gratis online filmpjes. Onlangs ging het spraakmakende Joost van start dat een televisiekanalenwebsite opzet.  De personen achter dit in Leiden gevestigde bedrijf startten eerder Kazaa, een website voor het gratis uitwisselen van muziek – en Skype, waarmee je gratis via internet kan bellen. Volgens internet-deskundige Eddie Westbroek ligt bij dergelijke projecten de toekomst. Hij is de drijvende kracht van innovatieve internet-projecten bij onder andere de Zweedse publieke omroep. ‘Ik merk zelf dat de leiding van veel Europese publieke omroepen in de praktijk ontkent dat er veranderingen plaatsvinden. Ze zijn vooral bezig met het vasthouden van hun machtspositie. De nadruk die zij en ook kabelexploitanten leggen op de introductie van bijvoorbeeld digitale televisie en high definition televisie moet je ook in dat kader plaatsen. Steeds hebben ze het erover dat internet niet op kan tegen de scherpe beeldkwaliteit van hd-tv.  Dat is een achterhoedegevecht. Als een programma inhoudelijk goed is, heeft de consument er geen bezwaar tegen dat de kwaliteit iets minder is. Bovendien neemt de kwaliteit van televisie op internet in snel tempo toe’ zegt Westbroek met verwijzing naar de internet-activeiten van bijvoorbeeld de BBC. ‘Daar hebben ze wél begrepen dat 9 tot 18 jarigen nu al weinig naar de  traditionele televisie kijken. Televisie en internet is bij de BBC al in vergaande mate met elkaar verweven. Jongeren zitten nu al voornamelijk op het internet en in de videogames. Die kijken nog maar heel weinig televisie. Niet voor niets heeft Bill Gates van Microsoft onlangs de traditionele televisie officieel dood verklaard.’

Huizer erkent dat er ook bij Nederlandse omroepen soms huiver bestaat voor nieuwe technische ontwikkelingen. ‘Toch doen we het in Nederland in internationaal persectief lang niet slecht.  Tot drie jaar geleden vormde de Nederlandse publieke omroep zelfs de voorhoede en kregen we internationale prijzen zoals voor de VPRO-website. Tegenwoordig zijn we helaas een middenmoter. Dat komt door de bezuinigingen van de afgelopen jaren, waardoor er nu minder geld is voor projecten rondom bijvoorbeeld time-shifting. Bovendien is internet nog altijd officieel een nevenactiviteit van de publieke omroep, wat allerlei praktische beperkingen oplevert. Dat moet een nieuw kabinet echt veranderen’ zegt Huizer. Hij is het roerend eens met de Raad van bestuur van de Publieke Omroep, die in december bij de kabinetsonderhandelaars vroeg om 125 miljoen euro extra bovenop de huidige begroting. Huizer:‘Dat geld is broodnodig om te voorkomen dat we als publieke omroep straks achter de feiten aanhollen. Wat mij betreft lopen we binnenkort weer voorop.’

Verschenen in PM, vaktijdschrift over politiek en bestuur op 31 januari 2007.

Reacties»

No comments yet — be the first.