Vrij spel voor de ratten: ‘VWA-controleurs zijn makkelijk om de tuin te leiden’ maart 29, 2007
Posted by Maurice Swirc in Nederlandse politiek.trackback
Hoe is het gesteld met de overheidscontrole op ongediertebestrijding in Nederland? Die vraag dringt zich op na een rel in de Verenigde Staten over tekortschietende controle bij een van de ratten vergeven New Yorkse vestiging van een fastfoodrestaurant.
‘Kentucky Fried Ratten’ heet het veelbekeken internetfilmpje waarop een kolonie ratten na sluitingstijd krioelt door een gecombineerde vestiging van Kentucky Fried Chicken en Taco Bell op Manhattan in New York. Het restaurant is er wereldberoemd mee geworden en leverde voor de fastfoodketens dodelijke anti-reclame op. Wat bleek: een dag eerder had een gemeentelijke hygiëne-inspecteur het restaurant nog een goedkeurende verklaring gegeven. De inspecteur werd direct geschorst, de betreffende vestiging gesloten en de gemeentelijke hoofdinspecteur kondigde een evaluatie van de procedures aan. ‘Zoiets kan in Nederland absoluut ook gebeuren. Sterker nog, ik ken meerdere voorbeelden waar het kort na een controle helemaal mis was,’ zegt Bert Spierings van de Nederlandse Vereniging van Plaagdiermanagement Bedrijven (NVPB).’ Hij wijst daarbij op de werkwijze van de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA), die als landelijke autoriteit onder andere horeca en winkels controleert op hygiëne. Die zijn ‘absoluut niet streng genoeg,’ vindt Spierings. Als voorbeeld noemt hij het geval waarin een particuliere ongediertebestrijder in het speciale logboek van een café noteert dat een gat in de muur dicht moet . ‘Als drie weken later een inspecteur langskomt en vraagt waarom dat gat nog niet dicht is, komt de ondernemer er gewoon mee weg door te zeggen dat zijn metselaar nog geen tijd had. Dat is natuurlijk belachelijk.’ De manier waarop ongediertebestrijding in Nederland precies is geregeld is onduidelijk. Gemeentelijke bestrijdingsdiensten zijn de afgelopen jaren meerendeels geprivatiseerd. Daardoor ontbreekt een goed beeld van de omvang van ongedierte en de bijbehorende bestrijding. Zo blijkt het moeilijk antwoord te geven op de vraag hoeveel ratten en muizen er in Nederland naar schatting rondkruipen. De VWA heeft geen flauw idee en de Ongediertebestrijdingsdienst van de Amsterdamse GGD beschikt evenmin over getallen. ‘Een Engelse deskundige vertelde me ooit dat een land altijd ongeveer evenveel ratten als mensen telt,’ zegt Spierings, die zich aan een schatting over muizen niet waagt. Vast staat dat er genoeg werk is voor de bloeiende particuliere ongediertebestrijdingssector. Dat blijkt alleen al uit de regelmatige nieuwsberichten over muizen- en rattenplagen, bijvoorbeeld recentelijk in de Amsterdamse Bijenkorf. Personeel van restaurant La Ruche in het warenhuis laat in Het Parool optekenen dat ze inmiddels gewend zijn aan de alom aanwezige muizen. Bezoekers die net een vorkje zetten in een gebakje, vertellen nog wel te schrikken van de voorbijschietende, trillende neusjes en nieuwsgierige kraaloogjes. Ongediertebestrijders spreken in De Telegraaf zelfs over een landelijke muizenplaag, veroorzaakt door de zachte winter. ‘Achter iedere muis die je ziet, gaat per definitie een muizenkolonie schuil en ze zitten door de hele stad,’ zegt Martin Hommenga van de GGD Amsterdam Dienst, waar de Dienst Ongediertebestrijding onderdeel van is. Ratten zijn, net als in de VS, vaker te vinden bij fastfoodrestaurants, vertelt Hommenga. ‘Ratten komen af op niet goed afgesloten vuilcontainers. Die vind je vaak bij fastfoodrestaurants, die veel weggooien maar containers soms niet elke dag legen. Bezoekers melden zich bij ons met het verhaal dat ze ratten onder de struiken zien terwijl ze bij een drive-in in hun auto zitten. Niet echt een prettig gezicht als je een hamburger zit te eten.’ Volgens Spierings, zelf distribiteur van bestrijdingsmiddelen, schiet de controle op de ongediertebestrijding in Nederland vooral tekort doordat de VWA te weinig inspecteurs telt, die bovendien onvoldoende zijn opgeleid. ‘Die controleurs zijn gewoon te makkelijk om de tuin te leiden. Ze weten niet hoe ze moeten kijken. Slechts een enkeling is gediplomeerd. Dat is echt een probleem,’ zegt de ongediertebestrijder. ‘Het wordt een beetje een ja-nee spelletje als ik daar op reageer,’ zegt Coen Gelinck van de VWA. ‘In ieder geval hebben we een paar honderd inspecteurs en twee gediplomeerde ongediertebestrijders. Dat wil zeker niet zeggen dat alleen die twee mensen dat controlewerk kunnen doen. Zij worden steeds intensiever betrokken bij het opleiden van onze controleurs en dragen zo hun kennis over.’ De VWA komt gemiddeld genomen een keer per jaar bij een bedrijf langs voor een zogenaamde ‘basisinspectie’. Dat is onderdeel van nieuw beleid sinds 1 januari van dit jaar. Volgens het principe ‘zacht waar het kan, hard waar het moet’ krijgen goed presterende bedrijven voortaan minder vaak de inspecteur over de vloer en slecht presterende bedrijven juist vaker. Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen, een geprivatiseerde afdeling van het ministerie van Vrom, pleitte in 2000 voor invoering van een keurmerk dat voor consumenten aangeeft dat een horecabedrijf vrij is van ongedierte. In de VS bestaat het vignet al jaren. In Nederland is het er nooit gekomen, mede door weerstand vanuit de horecasector. Ook de Amsterdamse GGD ziet nog steeds niets in een dergelijk keurmerk. ‘Het biedt alleen maar schijnzekerheid,’ zegt Hommenga. ‘Bij ongediertebestrijding gaat het per definitie om een momentopname. Als een fastfoodrestaurant een nieuwe bedrijfsleider krijgt, die er niks van snapt en containers open laat staan, kan het weer heel snel mis gaan. Dan lopen er binnen de kortste keren weer ratten rond. ’
Verschenen in PM, vaktijdschrift over politiek en bestuur.
Ik was op zaterdag 9 september 2007 in Restaurant de Korenaer op de Damrak in Amsterdam en daar zagen we eerst een muis en een tweede keer twee muizen over de vloer lopen. Ik vind het onbegrijpelijk dat een restaurant nog verder open kan blijven. Toen we onze bestelling onmiddellijk annuleerden, werden we gegijzeld door het restaurant en eisten ze dat we onze bestelde maaltijd ook zouden bestellen. We hebben uiteindelijk de politie moeten bellen om uit het restaurant te kunnen vertrekken. Zo’n tent moet toch onmiddellijk gesloten worden tot wanneer alles hygienisch opgeruimd is ? Ik begrijp niet hoe dit kan, want het management gaf ruiterlijk toe dat ze een probleem hadden en voegde eraan toe dat “alle restaurants in Amsterdam last hebben van muizen”
Wat doet de eetwaren inspectie hieraan ? Ik verneem het graag via mijn email.
Groeten,
KDS