‘Heeft Harvey Milk de wereld veranderd? Jazeker’ mei 1, 2011
Posted by Maurice Swirc in Human interest, Internationale politiek, Juridisch.Tags: Amnesty International, Cleve Jones, Gay Rights, Harvey Milk, homorechten, LGBT Rights
trackback
Wie wordt vervolgd wegens homoseksualiteit, kan sinds 1991 rekenen op de steun van Amnesty. In San Francisco begon de strijd voor homorechten vele decennia eerder. Met veteraan-activist Cleve Jones op bezoek in het net geopende homomuseum, het eerste in de VS. ‘Het zijn gewone mensen die ongelofelijke dingen tot stand brengen.’
‘Ik ben van de laatste generatie van wie iedereen dacht dat hij de enige was’, zegt Cleve Jones (56), terwijl hij zijn vingers laat glijden over een vitrine met de eerste, met de hand getypte homotijdschriften. ‘Als ik dit zie liggen, besef ik weer wat een worsteling het was om anderen te ontmoeten die waren zoals jij. Mensen gingen de gevangenis in omdat ze seks hadden en er was slechts een handjevol gaybars, die in handen was van de maffia.’
In januari dit jaar was Jones, het boegbeeld van de Amerikaanse homobeweging aanwezig bij de opening van het Gay Lesbian Bisexual Transgender History Museum in Castro, de beroemde homowijk van San Francisco. Alleen Berlijn ging de Amerikanen in 1985 voor met het Schwules Museum. Pers uit de hele wereld stortte zich op de honderdvijftig vierkante meter.
In dezelfde wijk streed Jones veertig jaar eerder aan de zijde van homorechtenpionier Harvey Milk, wiens fotowinkel fungeerde als actiecentrum. Milk werd in 1977 de eerste openlijk homoseksuele man die werd verkozen in het bestuur van een grote Amerikaanse stad. Zowel tijdens zijn verkiezingscampagne als in het stadhuis was Jones zijn steun en toeverlaat. Tien maanden na zijn inauguratie werd Milk met burgemeester George Moscone doodgeschoten door een homofobe medebestuurder, die vlak daarvoor was afgetreden. Dankzij de film ‘Milk’ uit 2008 met Sean Penn, goed voor twee Oscars, groeide de politicus definitief uit tot een Amerikaans icoon. Jones was als adviseur nauw betrokken bij de film.
‘Harvey was een gewone man. Het is belangrijk dat mensen dat weten’, zegt Jones voor de Harvey Milk-vitrine waarin diens shirt, broek, mok, keukentafel en beroemde megafoon prijken. ‘Hetzelfde geldt voor Nelson Mandela en Rosa Parks, die ik beiden heb mogen ontmoeten. Het zijn allemaal mensen met gebreken, zoals ieder ander. Harvey was geen genie en zeker geen heilige. Zijn liefdesleven was treurig en hij was een waardeloze zakenman. Maar heeft hij de wereld veranderd? Jazeker. Het zijn gewone mensen die ongelofelijke dingen tot stand brengen. Dat is wat ik jonge mensen altijd vertel.’
De licht trillende Jones vraagt of we ergens kunnen gaan zitten. Hij is HIV-positief en worstelt al jaren met zijn gezondheid. We wandelen over Castro Street, de centrale ader van de ‘gay village’ waar we gaybars, homoboekwinkels en sexshops passeren en waar ook het personeel van de lokale hamburgerzaak en de ijzerwarenwinkel in grote meerderheid homo, lesbisch of transgender is. Jones vertelt intussen hoe hij zich in 1994 doodziek terugtrok in een boshut om te sterven. Net op tijd kreeg hij de allereerste cocktail met aidsremmers. Vrijwel al zijn vrienden waren toen al gestorven aan de gevolgen van de ziekte. ‘In de jaren tachtig was de helft van mensen die je hier in Castro Street passeerde een paar maanden later dood. Ik heb een uitgemergelde man midden op straat zien sterven.’ Jones was in 1983 een van de oprichters van de San Francisco Aids Foundation en bedacht de Aids Memorial Quilt, de wereldwijde verzameling gedenkdoeken voor aidsslachtoffers.
‘Het uitbreken van de epidemie had een diepgaand effect op de homobeweging’, vertelt de grijze activist even later in een lunchzaak. ‘We waren zeer radicaal, vol anti-kapitalistische filosofieën en felle feministische taal. In een klap ging dat ‘on hold’ en moesten we enorme bedragen zien te verzamelen.’ Daardoor had de homobeweging plotseling een nieuw soort leiders nodig, vertelt Jones. ‘Mensen die non-profit management of bedrijfseconomie hadden gestudeerd en die tien jaar eerder nooit uit de kast waren gekomen. Sommigen werden daartoe nu gedwongen. Het is lastig om in de kast te blijven als over je hele gezicht paarse vlekken zitten of als je naar huis moet om voor je stervende partner te zorgen.’
Voor de verkiezingscampagne van Milk werd dertigduizend dollar ingezameld, wat uitzonderlijk veel was voor een openlijk homoseksuele politicus. Slechts een paar jaar later werd er ‘vrij geroutineerd’ tientallen miljoenen dollars opgehaald, herinnert Jones zich. ‘Ik weet nog heel goed hoe Amnesty International in die jaren helemaal niets met ons te maken wilde hebben. Dat is het vervelende van ouder worden: je wordt niet noodzakelijkerwijs slimmer, maar je hebt wel veel herinneringen. Amnesty wees ons af en wilde niet voor ons vechten. Ik ben blij dat ze dat nu inmiddels wel doen.’
Met de opgehaalde miljoenen werden in de jaren tachtig en negentig instellingen opgebouwd, huisvestingsprogramma’s opgezet en klinieken neergezet. Tegelijkertijd was sprake van een culturele explosie met de opkomst van homofilmfestivals, homokerken, homosynagogen en homokranten. ‘Terwijl zo veel mensen zo jong en op zo’n gruwelijke wijze stierven, bleef de beweging vooruitgaan. Uiteindelijk is de homobeweging zelfs krachtiger uit die periode gekomen.’
De huidige aandacht voor het homohuwelijk komt volgens Jones voort uit de tijd van de aidsepidemie. ‘Dat is het gevolg van stellen waarvan één partner te ziek is om te werken maar geen gebruik mag maken van de partnerregeling op de polis van zijn vriend. Of van mensen die nadat ze zes jaar voor hun zieke partner zorgen, hem nog steeds niet mogen meenemen naar het kerstdiner.’ Jones op luide toon: “Zijn wij geen stel? Nou, dat zijn we absoluut wel!” Hij neemt een hap van zijn goed belegde bagel en vervolgt: ‘Al die ellende bracht een nieuwe zelfbewuste houding voort. Zo vindt de beweging zichzelf elke tien, vijftien jaar opnieuw uit.’
De volgende stap is volgens Jones een beweging die beter functioneert op nationaal niveau en meer een eenheid vormt. ‘Tijdens de eerste twee jaar van Obama’s presidentschap hadden we de historische kans om gelijke rechten voor homo’s op federaal niveau af te dwingen, omdat we toen een Democratische meerderheid hadden in beide huizen van het Congres. Maar de medewerkers van nationale homo-organisaties kozen ervoor om naar cocktailparty’s te gaan.’
Een van die organisaties is volgens Jones de Human Rights Campaign, die onlangs in de voormalige fotozaak van Harvey Milk een merchandise-winkel begon. ‘Het is alsof je spuugt op Harvey’s nagedachtenis’, zegt Jones, fel wenkend naar het pand even verderop. ‘Harvey had een grote hekel aan de mensen die deze club begonnen en andersom. Hij stond voor het grassroots-activisme en werkte met iedereen samen, arm en rijk. Maar dit’, wijst hij, ‘is een elitaire commerciële organisatie, al zullen ze dat zelf ontkennen.’
‘Instellingen als het homomuseum laten ons zien waar we vandaan komen. Het museum toont de verhalen van onze voorouders, verhalen over oorlog, armoede en eenzaamheid. Het verbeeldt wat voor strijd is geleverd. Ik ben ervan overtuigd dat ik nog meemaak dat de gelijkheid van homo’s grondwettelijk wordt vastgelegd in de VS.’
Uiteindelijk moeten homo’s gelijkwaardig onderdeel worden van de wereldwijde strijd voor vrede en sociale rechtvaardigheid. Maar volgens Jones is de huidige leiding van de Amerikaanse homobeweging te veel gericht op homorechten alleen en daardoor ‘oppervlakkig’ bezig. Bovendien bestaat in homokringen ‘weerzinwekkend veel racisme’ en ‘ongekend materialisme’, zegt de nestor, terwijl vlak voor het raam twee in glanzende broekjes gehulde jongens flyers voor een ‘dance party’ uitdelen.
‘De jongste generatie homo’s zien hun eigen vrijheid vaak als vanzelfsprekend’, vervolgt Jones. ‘Dat is natuurlijk precies wat we wilden bereiken. En toch maakt het me soms boos. Want onze verworvenheden kunnen we ook vliegensvlug weer kwijtraken. Dat heeft de geschiedenis uitgewezen. Onze strijd moet altijd doorgaan.’
Verschenen in Wordt Vervolgd, maandblad van Amnesty International, mei 2011
Reacties»
No comments yet — be the first.